page contents

9. Naar de HTS? Dat haal je niet.

Wat vooraf ging

De coördinator van het examenjaar valt van verbazing van zijn stoel.
‘Waarom wil jij naar de HTS, Eefje, wat heb je daar te zoeken?’
Eefje zucht. Alweer die twijfel over haar kunnen. Ongelooflijk.
‘Waarom niet? Ik ben slim genoeg en vind mezelf te jong om al te gaan werken. Bovendien spreekt het werk dat ik kan doen met een HTS diploma me meer aan.’

‘Hoe zit het met jouw cijfers voor wis- en natuurkunde. Die zijn vast niet hoog genoeg.’ De docent blijft twijfelen.
‘Het zijn mijn beste vakken. Voor natuurkunde kreeg ik vaak een 10- voor mijn proefwerken omdat ik alles goed had.’
‘Zullen we wedden dat het je niet lukt? Als jij voor wis- en natuurkunde minimaal een acht haalt op je eindlijst, krijg je van mij 50 gulden.’
Eefje is er even stil van. Vijftig gulden. Dat is een hoop geld. Ze werkt inmiddels in het weekend en vakanties in de eetzaal en afwaskeuken van een bejaardenhuis. Ze kan zich haar eerste salaris nog goed herinneren: 20 gulden en negen cent voor acht uur keihard werken. Wat denkt die man wel niet? Dat zij het niet kan halen? Dat zullen we nog wel eens zien. Al die mensen die niet in haar geloven, hoe bestaat het.

Ze kiest het pakket dat toegang geeft tot de HTS. En in juni 1992 ontvangt ze haar diploma. En 50 gulden.

Ik ben Esther van der Ham. Vanaf mijn 25e heb ik regelmatig een depressie en op mijn 45e kreeg ik de diagnose autisme. Vaak vragen mensen aan mij hoe ik tot het schrijven en uitgeven ben gekomen en hoe ik het allemaal doe. In deze blogberichten lees je mijn verhaal over omgaan met depressie en autisme. Wil je dat ik ook voor jouw organisatie daarover kom vertellen of voor jouw organisatie een boek schrijf over het doorbreken van taboes?

Lees dan hier verder.

Stukjes van mezelf in mijn boeken

Dé kleurrijke schrijfcoach Jolanda Pikkaart vroeg om eens na te denken over de vraag welk stuk van mezelf in mijn boeken zit. Hoe ben ik als auteur?
Goede vraag. Hier een antwoord.

Mijn eerste roman Controle! schreef ik in 2016.  In ieder boek dat ik schrijf, ligt een stuk van mezelf. Het gaat over wat ik belangrijk vind, wat mij bezig houd, over mijn dromen en nachtmerries. 

Net nadat mijn tweede boek Contact uitkwam, werd ik opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis ivm een ernstige depressie. Kort voor mijn opname werd ik geïnterviewd door Mijn Geheim. Daarin werd ook vermeld dat het boek Contact over een depressie gaat. 

De hoofdpersoon van dat boek, Emma, is depressief. Ze zit in de gevangenis en heeft vrijwel geen contact meer met de buitenwereld. Ik beschrijf in het boek hoe zij zich voelt en wat ze ervaart. Zo fijn, zeggen lezers, door de manier van schrijven kunnen ze zich beter voorstellen wat het betekent om depressief te zijn. Daardoor krijgen ze er mee begrip voor. Snappen ze het beter. Weten waarom een depressief iemand zich op een bepaalde manier gedraagt. Niet omdat ze niet anders willen, maar omdat ze dat echt niet kunnen. Heftig. Jazeker. Door het lezen van het boek snap je iets beter hoe het voelt om depressief te zijn. Deprimerend, zegt een lezer. Zeker. dat is zo. Maar het maakt onderdeel uit van het leven en mag genoemd en benoemd worden.

In mijn derde boek Confrontatie speelt de relatie tussen kinderen en ouders een rol. Wat doe je als je zoon of dochter een heel andere weg kiest dan die jij voor hem of haar voor ogen hebt. Wanneer grijp je wel in, wanneer niet? Wat zou je zelf doen? 

Het deel vier in de C-serie, Censuur, draait om een journaliste die vindt dat de waarheid verteld moet worden. Daarin gaat ze ver, heel ver. Het roept de vraag op hoe ver je zelf zou willen gaan voor de waarheid. Ik heb een hekel aan leugens en liegen. Ik ben heel trouw, maar als ik me bedrogen voel, zal ik dat laten weten. Ik ga dus behoorlijk ver voor de waarheid. Ik wil graag open en eerlijk zijn over wat er speelt bij mij en mijn omgeving, zodat anderen er weer iets aan hebben. Ik schaam me daar niet voor. In tegendeel. Ik denk dat de wereld er mooier en beter van wordt om er open over te zijn.

Daarom schrijf ik.
Daarom heb ik Droomvallei Uitgeverij opgericht.

Veel schrijf- en leesplezier!
Esther van der Ham

Censuur - Esther van der Ham

Censuur – Esther van der Ham

Interview op ZE over autisme

Een paar dagen geleden kreeg ik een interview-verzoek van journaliste Laura voor de website ZE. Of ze me wat vragen mocht stellen over autisme. Ik zei natuurlijk ja, omdat ik het belangrijk vind dat er over gepraat mag worden.

In het interview heb ik gezegd dat er veel vormen van autisme zijn. Ik baseer me bij mijn antwoorden uiteraard op wat ik ervan weet en hoe het voor mij (en mijn omgeving is). Sommige dingen zijn voor iedereen hetzelfde, maar ik zie zelfs bij ons thuis verschillen.

Grappig was het. Door de vragen die ze stelde, ga ik er zelf ook weer dieper over nadenken. Wat voor mij de gevolgen zijn van autisme bijvoorbeeld, ik schreef er al eens over. De nadelen, maar zeker ook de voordelen. Juist omdat ze doorvroeg, om mijn antwoorden zo duidelijk mogelijk te krijgen, kwamen nieuwe inzichten. Wat ik altijd lastig had gevonden. Welke aanpassingen ik al had gedaan. Wat er nog moest gebeuren.

Ze vroeg ook naar mijn kindertijd, waaraan ik merkte dat ik anders was. Ik wist dat toen niet, dat besef kwam pas achteraf. Ik vond mezelf heel normaal. En eigenlijk is dat nog zo. Ik zie dat ook aan mijn eigen kinderen, die niet altijd begrepen worden en daardoor in lastige situaties terechtkomen, bijvoorbeeld als ze door stress heel erg druk worden. Door uit te leggen hoe het komt, zowel aan henzelf als aan hun omgeving, komt er meer begrip en duidelijkheid.

Het blijft lastig. Nee zeggen op een uitnodiging voor een feestje of boekpresentatie. Kiezen voor een rustig weekend in plaats van de hort op. Maar ik merk wel dat het beter is voor mij en mijn gezin. Dus is het goed.

Want er is niks mis met autisme. Je kijkt alleen anders tegen de wereld aan.

Lees hier het interview.

 

Presentatie centrum voor autisme

Afgelopen maandag (19 november 2018) moest ik bij mijn cursus voor het centrum voor autisme een presentatie houden wat ik de afgelopen tijd had geleerd over mijzelf in combinatie met de diagnose autisme.

De bewuste leerperiode duurt inmiddels weer ruim een jaar, na mijn opname.

  1. Ik heb mijn omgeving uitgelegd dat ik autistisch ben en wat het inhoudt (andere prikkelverwerking). Ik schrijf er blogs over, die goed worden gelezen. Voor mij is dat een manier om me erin te verdiepen en het te verwerken.
  2. Ik heb gemerkt dat sommige dingen lastig voor me zijn, zoals op onverwachte momenten ‘gezellig’ koffiedrinken. Ik wist al langer dat ik dat vond, nu weet ik waarom. Met mijn omgeving heb ik daar een weg in gevonden die voor ons allemaal goed is (iets langer van te voren aankondigen, niet boos zijn als ik nee zeg).
  3. Een eye-opener was de andere manier van opslag in de hersenen bij mensen met autisme, dat de informatie in mijn hoofd als losse blokken wordt opgeslagen in plaats van als gekoppelde blokken. Het was me vaak opgevallen dat ik als ik ergens mee bezig was, de rest compleet kon vergeten. Nu is me duidelijk waarom. Ik werk meer met lijstjes waarop staat waar ik mee bezig ben, zodat ik niets uit het oog verlies.
  4. Regelmatig heb ik last van een te vol hoofd, één van de kenmerken van autisme. Ik plan daarom meer rust in. Ik zeg soms dingen af waar ik liever heen wil. Helaas ben ik nog niet helemaal van het schuldgevoel af als ik dingen niet kan.
  5. Ik heb een crisissignaleringsplan. Hangt ook samen met punt vier. Ik neem op tijd rust (nou ja, soms te laat, maar in ieder geval neem ik rust).
  6. Ik probeer van mijn autisme mijn kracht te maken in plaats van mijn zwakte. Ik zette dat onbewust al tijden in, maar nu ook bewust.
  7. Mijn goede karakter eigenschappen zijn: doorzettingsvermogen, direct en creatief. Volgens mijn kinderen lief (oudste zoon) en dat ik zijn moeder ben (jongste) want anders was hij er ook niet geweest. Dat vind ik een groot compliment.
  8. Ik kan emoties van anderen vaak goed inschatten. Het ermee omgaan kost me wel veel energie. Ik word daar heel moe van.
  9. Ik kan geen maat houden, als ik ergens mee bezig ben, moet het af. Desnoods ten koste van mezelf. Daar probeer ik rekening mee te houden cq dat minder te doen door meer focus te zoeken.
  10. Eigenlijk vond ik dat er nog een punt tien bij hoorde, om het compleet te maken. Maar de negen bovenstaande punten zijn al heel wat. Dus ik ben er trots op dat ik het daar bij hem kunnen laten.

Prikkelverwerking bij autisme

In juli 2018 kreeg ik, op 45 jarige leeftijd, de diagnose autisme. Voor mensen met autisme blijkt de prikkerverwerking anders te gaan dan bij ‘normale’ mensen. Elke week ga ik naar een cursus bij de GGZ om te onderzoeken wat het autistisch zijn voor mij betekent en hoe ik daar het beste mee om kan gaan. Autisme wordt gezien als een informatieverwerkingsstoornis. De diagnose wordt overigens pas gegeven als dit ernstige gevolgen heeft voor het functioneren, zoals dat bij mij medeoorzaak is (was) van een ernstige depressie.

Zelf ervaar ik het autistisch zijn niet als een diskwalificatie. Het is nou eenmaal zo, er is niets aan te doen. Aan mij de taak om er zo goed mogelijk mee om te gaan. Het heeft voor- en nadelen. Ja, het heeft zeker ook voordelen! Mensen met autisme hebben veel oog voor detail en zijn vaak eerlijk. En zo zijn er nog veel meer voordelen op te noemen.

Bij mensen met autisme is de informatieverwerking gericht op details. Uit de verschillende details wordt de conclusie over een bepaalde situatie getrokken. Hoofd- en bijzaken worden niet onderscheiden. 
Dit zorgt voor minder overzicht.

Vaak zijn de zintuigen van mensen met autisme over- of ondergevoelig. Mensen met autisme kunnen veel last hebben van geluiden, licht, zien, maar ook drukte geuren en smaken. Bij onze cursus zitten we vaak met het licht uit omdat er cursisten bij zijn die veel last hebben van de felle TL balken. 

Hoeveel last iemand met autisme heeft van deze prikkelverwerking, hangt af van opvoeding, intelligentie, persoonlijkheid en compensatiemogelijkheden en omgevingsfactoren.

Mensen met autisme hebben geen filter. Alles wat in de omgeving gebeurt is voor hen even belangrijk en komt even heftig binnen. Dat kan ervoor zorgen dat hun hoofd vol zit. Dit kan ervoor zorgen dat ‘de stoppen doorslaan’. Er komen te veel prikkels binnen die niet verwerkt kunnen worden.

Slaap is een belangrijk mechanisme om het hoofd leeg te krijgen, maar bij mensen met autisme wordt het hoofd nooit helemaal leeg. Dat was voor mij een eyeopener. Ik had me dat nooit gerealiseerd, maar wel opgemerkt.

Autisme en hooggevoeligheid

Vaak krijg ik te horen dat mensen zich erg herkennen in hoe ik tegen de wereld aankijk, maar dat zij hooggevoelig zijn. Of het dat niet kan zijn. Er zijn inderdaad veel overeenkomsten, bijvoorbeeld ten aanzien van het ervaren van prikkels en de prikkelverwerking. Er zijn echter ook belangrijke verschillen.

In het artikel wordt er uitgebreider op ingegaan, maar ik pik er twee uit.

HSP mensen zijn heel gevoelig voor andermans emoties. Mensen met autisme missen dat en weten dat ze het missen. Ze zijn dus veel bezig met het beredeneren wat ze zien of horen, wat veel energie kost.

HSP-ers zuigen alles wat ze zien en meemaken als een spons op, met als gevolg een vol hoofd. Mensen met autisme hebben geen filter, waardoor alles in een grote bak terecht komt. Gevolg: een vol hoofd.


De rol van dieren bij autisme

Dieren zijn altijd heel belangrijk geweest voor me. Vroeger thuis hadden we kippen en geiten, waar ik vaak voor zorgde. Een van de geiten overleed toen ik dertien was. Ik heb een dag gehuild. 
Na de diagnose autisme werd er veel duidelijk. Veel mensen met deze diagnose hebben en speciale band met dieren. Ik zie het ook bij mijn kinderen en aan de vrouwen in mijn therapiegroep. 

Mijn man introduceerde katten in ons huishouden. Zijn kater adoreerde me (als een van de weinige mensen) en was niet bij me weg te slaan. De katten zijn gebleven, na zijn kater wonen Bas en Roosje al tijden bij ons.

Ik krijg ook wel eens dieren voor mijn verjaardag. Toen ik 40 werd, kreeg ik twee albino cavia’s, Jut en Jul. Ze kwamen uit een asiel en zijn meer dan vijf jaar bij ons geweest. Groot verdriet toen ze overleden, eerst Jut, daarna Jul. 

Voor mijn 46e verjaardag (september 2018) kreeg ik drie kuikens. Hoogst waarschijnlijk hennen, zei de fokker, zo niet dan mag je ze ruilen. Het zijn dus drie hanen. Ruilen lijkt ons heel lastig, aangezien we al erg aan ze gehecht zijn. Zolang ze geen ruzie maken samen, mogen ze blijven.

onze dieren: de kipjes Lauren, Nya en Alice
Onze kuikens net nadat ik ze gekregen heb

Ze zitten vaak bij me als ik aan het werk ben. Op de rugleuning van mijn stoel houden ze het uren vol. Af en toe springen ze op mijn schouder, plukken aan mijn haar of pikken zachtjes fluitend aan mijn oor. Ze kukelen als ze de wekker horen, als het licht in huis aan gaat of als ze ons te lang niet zien. 

Het is een zoektocht, als je je heel slecht voelt, naar de dingen die er nog toe doen. Het zal lang niet altijd of iedereen lukken om die nog te vinden, afhankelijk van de mate van depressiviteit. Dieren helpen mij. Ik blijf me verantwoordelijk voelen, omdat zij van mij afhankelijk zijn. Voor mezelf zorgen kan lastig zijn, voor anderen zorgen een stuk makkelijker. 

Zelfs mijn kinderen lachen om me als ze me zien met de kipjes. Dat maakt me niks uit. Het helpt mij. Basta.

Pillen ivm depressie

Mijn opname in het psychiatrisch ziekenhuis, een jaar geleden, was voor iedereen een grote verrassing. Ook voor mezelf. Natuurlijk wist ik dat het niet goed met me ging. Ik slikte al een tijdje pillen, antidepressiva. Ik praatte erover, maar niet heel uitgebreid.

Niet aanstellen, zei ik tegen mezelf. Ieder leven kent ups en downs. Iedereen heeft het wel eens moeilijk. Schouders eronder en gaan. Val mensen niet lastig met jouw problemen, ze hebben het druk genoeg. Je bent een sterke vrouw, dat kan jij. En inderdaad. Ik kon het heel lang. Totdat het bijna te laat was.

Ook voor mijn zoons, toen 11 en 12, schudde de wereld op hun grondvesten. Mama een tijd weg. Vreselijk. Hoe leg je het aan hen uit? We praatten er zo goed mogelijk over. Ik vond het belangrijk dat ze wisten dat het niet aan hen lag, in tegendeel zelfs. We legden de situatie uit op school, zodat ze daar ook wisten dat de jongens met een lastige thuissituatie te maken hadden. En we wandelden …

opname in een psychiatrisch ziekenhuis

Van Facebook, 2 november 2017

Ik heb door al dat gedoe iets nodig om tot rust te komen, zegt jongste.
Dat begrijp ik, antwoord ik. Het is ook heel wat. Zullen we samen wandelen?
Nee, zegt hij, dat helpt niet. ik heb pillen nodig.
Wat voor pillen dan, vraag ik.
Hij wist het niet.
Afijn, we zijn gaan wandelen. Naar de apotheek. En samen zijn we gekomen tot de juiste pil en recept: 2 maal daags één. Na het ontbijt en na het avondeten.
En we namen ook een doosje voor zijn broer mee.

psychiatrisch ziekenhuis
De huiskamer van de kliniek

Van Facebook
Intakegesprek gehad in de kliniek. Vanaf maandag is zo ver … dan start de behandeling. Het mag niet slechter met me gaan dan het nu gaat. Straks … Medicijnen aanpassen. Therapie. Intern. Gemiddelde opnametijd is twee weken. Daarna dagbehandeling. Yes. Dit wordt “mijn” huiskamer.

Depressie: wel of niet over praten?

In een eerder blog schreef ik dat ik altijd open ben geweest over mijn depressie. Natuurlijk waren het voor mij heftige en intensieve periodes waarin ik het leven niet meer zag zitten. Ik was ervan overtuigd dat de wereld beter af was zonder mij. Ik was lang niet altijd vrolijk en had regelmatig een kort lontje, al bleef ook mijn humor aanwezig. Om te overleven, verlegde ik mijn aandacht naar de mooie dingen van het leven. Ik probeerde daarop te focussen, die uit te vergroten. Samen met de medicijnen en de therapie heeft me dat gebracht waar ik nu sta: moeder van twee kinderen, auteur, eigenaar van een succesvolle uitgeverij. Ik heb mijn ‘zwakte’ omgezet in een kracht.

Ik stelde een vraag op LinkedIn: Heb jij een depressie? Stttt. Niet over praten. Of juist wel?  Daarop kreeg ik behoorlijk wat reacties.
Je moet het wel kunnen, was er een. Dat klopt. Niet iedereen kan erover praten. Het hoeft ook niet altijd. Je maakt een afweging of het voor jou zinvol is om erover te praten. Ik hoop dat wie er over wil praten, een luisterend en begripvol oor treft. Want dat kan je in een depressiesituatie goed gebruiken.

Soms willen mensen er niks mee, kunnen er niks mee of voelen zich onhandig, schreef iemand anders. Herkenbaar. Natuurlijk praten we liever over de fijne dingen van het leven. De (klein)kinderen, de vakantie, het lekkere zomerweer. Helaas is het leven niet alleen maar leuk en hebben veel mensen het moeilijk. Door een depressie of door een ander onderwerp. Het hoort erbij. Als ook deze dingen deel uit mogen maken van het leven en er naar de verhalen geluisterd wordt, kan er begrip ontstaan en wordt het leed mogelijk wat verlicht.

Wat bereik je met het delen van jouw ervaringen over depressie? Leidt het tot meer of minder begrip? vroeg iemand. In het geval van onbegrip maakt het de situatie alleen maar erger voor de toch al depressieve persoon. Het blijft zo lastig om je in te leven in de situatie van iemand anders. Vaak hoor ik zelf ook: ach, even je schouders eronder en het is over. Of: ga even lekker in het bos wandelen, dat helpt bij mij ook altijd enz. Het is goed bedoeld, maar geen oplossing. Dat is ook niet nodig. Luisteren kan voldoende zijn. Het verhaal kwijt kunnen.

Al jarenlang zet ik mij met mijn uitgeverij in om moeilijk bespreekbare thema’s zoals depressie of verslaving aan de orde te laten komen. Ik geef fijne boeken uit, die ook over ingewikkelde onderwerpen mogen gaan. Ik ga mij daar nu ook heel nadrukkelijk persoonlijk op richten. In een goed gesprek met Linda Graanoogst werd me duidelijk dat het belangrijk is. Voor mij persoonlijk en voor mijn omgeving. Omdat ik denk dat de wereld er beter van wordt als we begrip hebben voor elkaars ‘zwakkere’ punten, die ineens ook heel veel positiefs in zich kunnen hebben. Omdat iedereen er mag zijn. Hoe dan ook.

Toch?
Wordt vervolgd!

6. Gravin Spook: een hoofdrol in de musical

Wat vooraf ging

‘Op welke school heb jij hiervoor gezeten?’ vraagt Lies. Ze zit met Eefje onderaan de trap voor de school. De betonnen treden voelen koud aan, maar het is wel wat rustiger dan de grote kantine. De laatste weken zijn ze hier steeds vaker te vinden in de gezamenlijke pauzes.
‘Eerst op de Havo, toen ben ik blijven zitten en naar de Mavo gegaan.’
‘Wat was het allerleukste op de Havo?’ vraagt Lies.
‘Het allerleukste was dat ik een hoofdrol had in een musical toen ik in de eerste zat.’
‘Een hoofdrol? Jij?’ Lies bekijkt de altijd verlegen Eefje van top tot teen. Ze kan er zich niks bij voorstellen. ‘Dat is toch ook met zingen, een musical?’
‘Ik speelde de rol van Gravin Spook. De moeder van Graaf Dracula.’
‘Je kijkt ineens een stuk blijer.’
‘Dat was fantastisch. Regelmatig repeteren met de eerste klassen, waardoor het een stuk gezelliger werd. Helaas was dat in de tweede helemaal weg, omdat iedereen naar andere klassen ging en alles werd gehusseld, maar het einde van de eerste was geweldig. Er was een prachtig decor en ik had een op maat gemaakte grijze jurk met spinnenwebben. Elke avond zat ik tijden in de make-up, want ik speelde een bejaarde. Het slaapliedje dat ik zong voor Graaf Dracula ken ik nog uit mijn hoofd. Ik voelde mij een ander mens.’

‘Dat kan je goed zien. Je ziet er heel anders uit als je erover vertelt.’
‘Drie avonden lang kroop ik in de huid van Gravin Spook. Eefje verdween, en de licht valse moeder van Graaf Dracula werd geboren. Ik speelde een rol. Dat kon ik goed en het beviel me wel. Weg dat verlegen meisje, welkom zelfverzekerde oma van de wereld.’

‘Heb je daar nog foto’s van? Ik ben wel benieuwd hoe je eruit zag.’
‘Ik was niet te herkennen. Ik had een grote grijze pruik op, waarvan ik blij was dat die weer af mocht, want het was nogal warm op het podium met al die lampen. Bloednerveus was ik, elke keer weer, maar uiteindelijk kwam het goed.’

’s Avonds, als Eefje thuis is, denkt ze terug aan dit gesprek. Die musical, het was zo gaaf. Het gevoel dat het gaf om even iemand anders te zijn, een andere wereld te betreden, heerlijk. Eigenlijk, denkt ze dan, doe ik dat nog steeds. Ik snap niks van de wereld, hoe iedereen met elkaar omgaat. Waarom er gepest wordt, uitgelachen, genegeerd. Waarom je niet mag zijn wie je bent. Ook nu speelt ze een rol: om niet op te vallen, niet uit de toon te vallen, geen aandacht te trekken. Wie kent de echte Eefje, de Eefje die diep van binnen zit? Als ze die Eefje laat zien, lachen ze haar uit, omdat ze over andere onderwerpen en thema’s wil praten dan haar leeftijdsgenoten. Nee, die Eefje is en blijft lekker diep weggestopt zitten. Wel zo veilig.

Hoe het verder gaat 

Ik ben Esther van der Ham. Vanaf mijn 25e heb ik regelmatig een depressie en op mijn 45e kreeg ik de diagnose autisme. Vaak vragen mensen aan mij hoe ik tot het schrijven en uitgeven ben gekomen en hoe ik het allemaal doe. In deze blogberichten lees je mijn verhaal (op maat). Het is een verhaal, gebaseerd op gebeurtenissen die werkelijk zijn gebeurd, maar niet altijd exact hoe ik ze beschrijf. Natuurlijk ken ik van mijn eigen leven veel details, maar ook als ik voor jouw bedrijf een verhaal maak, probeer ik zo veel mogelijk zinvolle details te achterhalen. Want dat maakt jouw verhaal beter.
Esther van der Ham

PS: wil je ook een verhaal of boek op maat over jouw bedrijf of innovatieve proces? Lees dan hier verder.

5. MTS niks voor mij? Dat zullen we dan nog wel eens zien.

Wat vooraf ging

‘Hoe oud ben jij? Je mag wel bij ons komen zitten hoor!’ zegt het meisje hartelijk voordat ze haar lange blonde haren naar achteren schudt. Ze hebben elkaar ontmoet in de gang voor het damestoilet van de MTS.
‘Ik ben vijftien,’ antwoordt Eefje schuchter. Het is druk in de gang, allemaal jongens, de meeste een kop groter dan zij en twee keer zo breed. Ze vindt het intimiderender dan ze had verwacht. Zelfs na een paar weken op school is ze nog niet gewend.

‘Ik ben Lies, ik doe Bouwkunde, jij?’ Het meisje steekt haar hand uit.
‘Weg en waterbouwkunde.’ Eefje is een beetje jaloers op het meisje dat daar zo zelfverzekerd staat en begroet wordt door langslopende schoolgenoten. De overstap naar de MTS is haar erg tegengevallen. Ze is het enige meisje in de klas en ook nog eens veruit de jongste. De meeste theorievakken vindt ze leuk en interessant maar de dagen kruipen om. Ze zit de hele dag alleen, tijdens de lessen en in de pauzes, en durft amper op of om te kijken. De jongens zijn zo anders als zij. Ze praten over andere dingen, doen stoer, hebben het over tractoren en uitgaan, allemaal dingen waar zij niks vanaf weet. Als meisje krijgt ze veel aandacht van de jongens, waar ze niks van moet hebben. Daarom kleedt ze zich zo mannelijk mogelijk: grote truien, zware schoenen, spijkerbroek. De haren zo kort mogelijk geknipt. Ze krijgt praktijklessen zoals metselen en beton storten, waar ze wat lacherig wordt bekeken omdat ze daar in het begin niet heel handig in is. Veel van haar klasgenoten komen van de LTS en hebben daar al behoorlijk wat praktijkervaring opgedaan.

Ze denkt weer aan de woorden van de leraar op haar vorige school: MTS? Dat is niks voor jou, Eefje.

Niks voor mij? Niks voor mij? Dat zullen we dan nog wel eens zien.

Hoe het verder gaat 

Ik ben Esther van der Ham. Vanaf mijn 25e heb ik regelmatig een depressie en op mijn 45e kreeg ik de diagnose autisme. Vaak vragen mensen aan mij hoe ik tot het schrijven en uitgeven ben gekomen en hoe ik het allemaal doe. In deze blogberichten lees je mijn verhaal (op maat). Het is een verhaal, gebaseerd op gebeurtenissen die werkelijk zijn gebeurd, maar niet altijd exact hoe ik ze beschrijf. Natuurlijk ken ik van mijn eigen leven veel details, maar ook als ik voor jouw bedrijf een verhaal maak, probeer ik zo veel mogelijk zinvolle details te achterhalen. Want dat maakt jouw verhaal beter.
Esther van der Ham

PS: wil je ook een verhaal of boek op maat over jouw bedrijf of innovatieve proces? Lees dan hier verder.