Interview op ZE over autisme

Een paar dagen geleden kreeg ik een interview-verzoek van journaliste Laura voor de website ZE. Of ze me wat vragen mocht stellen over autisme. Ik zei natuurlijk ja, omdat ik het belangrijk vind dat er over gepraat mag worden.

In het interview heb ik gezegd dat er veel vormen van autisme zijn. Ik baseer me bij mijn antwoorden uiteraard op wat ik ervan weet en hoe het voor mij (en mijn omgeving is). Sommige dingen zijn voor iedereen hetzelfde, maar ik zie zelfs bij ons thuis verschillen.

Grappig was het. Door de vragen die ze stelde, ga ik er zelf ook weer dieper over nadenken. Wat voor mij de gevolgen zijn van autisme bijvoorbeeld, ik schreef er al eens over. De nadelen, maar zeker ook de voordelen. Juist omdat ze doorvroeg, om mijn antwoorden zo duidelijk mogelijk te krijgen, kwamen nieuwe inzichten. Wat ik altijd lastig had gevonden. Welke aanpassingen ik al had gedaan. Wat er nog moest gebeuren.

Ze vroeg ook naar mijn kindertijd, waaraan ik merkte dat ik anders was. Ik wist dat toen niet, dat besef kwam pas achteraf. Ik vond mezelf heel normaal. En eigenlijk is dat nog zo. Ik zie dat ook aan mijn eigen kinderen, die niet altijd begrepen worden en daardoor in lastige situaties terechtkomen, bijvoorbeeld als ze door stress heel erg druk worden. Door uit te leggen hoe het komt, zowel aan henzelf als aan hun omgeving, komt er meer begrip en duidelijkheid.

Het blijft lastig. Nee zeggen op een uitnodiging voor een feestje of boekpresentatie. Kiezen voor een rustig weekend in plaats van de hort op. Maar ik merk wel dat het beter is voor mij en mijn gezin. Dus is het goed.

Want er is niks mis met autisme. Je kijkt alleen anders tegen de wereld aan.

Lees hier het interview.

 

Hoe kom jij uit je dip?

Via Facebook kreeg ik een bijzondere vraag. Ik heb zo veel bewondering voor jou, stond er, dat jij nog zo veel voor mekaar krijgt terwijl je depressief bent en hard moet werken om beter te worden. Hoe doe je dat. Tja. Zie punt 1.

Ik vind het een goede en belangrijke vraag om over na te denken. Als ik naar mezelf kijk doe ik veel dingen onbewust. Dat is goed, maar het kan beter. In de gesprekken met de psycholoog word ik me steeds bewuster van wat wel of niet handig is in een bepaalde situatie.

Let op: wat voor mij werkt, hoeft zeker niet voor jou te helpen. Ga dus ook zelf op onderzoek uit.

Ten eerste: neem signalen serieus.

Inderdaad is het knap van mij dat ik onder alle omstandigheden door blijf werken. Misschien wel té knap. Ik stop pas als ik echt niet meer kan. Voor mij is het heel belangrijk om (op tijd) de signalen van mijn lichaam te herkennen en accepteren. Liever nog om een totale instorting voor te zijn en eerder te stoppen. Niet te denken, ach, dat doe ik nog wel even. Nee, de tekenen zijn duidelijk (hoofdpijn, moe enz): de rem erop.

Twee: vraag hulp.

Niet alles is alleen op te lossen. Ga naar je huisarts, praat erover, vraag wat je moet doen om uit de negatieve spiraal te komen. Accepteer dat hulp soms fijn kan zijn, al is het maar om andere gezichtspunten naar voren te brengen. En ja, ook de vraag aan mij stellen ‘wat doe jij om uit een dip te komen’ is een heel goede eerste stap!

Drie: haalbare doelen.

Ik heb echt dagen dat ik mijn bed niet uit wil. Voor mij is dat heel bijzonder. Ik was altijd voor de wekker wakker en stond te popelen om aan de dag te beginnen. De afgelopen twee jaar was dat echt anders. En nog kost het me vaak veel moeite. Ik stel per dag een beperkt aantal doelen voor mezelf. Een stuk schrijven aan mijn nieuwe boek Censuur, een boek aanmelden bij het centraal boekhuis enz. Vaak als ik eenmaal aan de gang ben, lukt het wel. Dan moet ik weer terug naar punt 1 ;).

Vier: niet te streng zijn voor jezelf.

Stel haalbare doelen. Geef af en toe jezelf even tijd en ruimte om te herstellen. Probeer iets te vinden waardoor je ontspant: een dagje Netflixen of wandelen in het bos. Foto’s maken of lekker lezen. Iets waar jij weer rustig van wordt. Indien nodig: herhaal.

Vijf: nut en noodzaak van slaap

Ik sliep bijna niet meer. Per nacht was ik minstens tien keer wakker. Elke keer duurde het tijden voordat ik piekerend weer in slaap viel. Daardoor kwam ik in een negatieve spiraal terecht. Ik raakte uitgeput. Een van de dingen waar bij mijn opname in het psychiatrisch ziekenhuis is gewerkt, is het verbeteren van de nachtrust door meer ontspanning en (niet verslavende) medicijnen. Inmiddels heb ik die (omwille van de bijwerkingen) weer afgebouwd. Ik houd het bij melatoninetabletjes die ervoor zorgen dat ik goed slaap.

Laatste tip: geef het de tijd.

Een dip ontstaat niet zo maar. Het duurt vaak even voordat je er vanaf bent. Er komt heel wat bij kijken. Zelf heb ik regelmatig last van een terugval. Ik kijk dan waardoor het komt en pas iets aan.

Wat is jouw gouden tip om uit een (langdurige) dip te komen?

Hoe schrijf ik een boek?

Esther van der Ham, foto door Chantal Monsieurs

Hoi Esther,
Misschien ken je me nog.
Ik ga een boek schrijven.
Kan je me tips geven?
Alvast bedankt.
Groetjes!

Deze e-mail kreeg ik een tijdje geleden binnen. Uiteraard heb ik antwoord gegeven.
Hier vijf tips voor het schrijven van een kinderboek.

Tip 1: het thema van het boek.

Meestal als je een boek gaat schrijven, doe je dat met een idee. Je wilt een verhaal vertellen met een thema, bijvoorbeeld iets dat speelt in je omgeving. Bij mij werkt dat tenminste wel vaak zo. Wil je een sprookje schrijven, een fantasieverhaal of een roman? Verdiep je in de specialistische kenmerken van die genres en beginnen maar.

Tip 2: wie zijn de hoofdpersonen?

Meestal begin ik daarna met het bedenken van de hoofdpersonen. Wie zijn het, hoe oud, waar wonen ze, wat is hun familie, lievelingseten enz. Zo veel mogelijk daarover opschrijven. Dat is nog niet voor het boek, maar kleine dingen daaruit kan je later weer gebruiken. Zorg dat je altijd een briefje naast je hebt liggen met de beschrijvingen van de belangrijkste kenmerken van je hoofdpersonen. Die komen namelijk vaker voor in een boek en het is wel handig om iemand steeds dezelfde kleur ogen te laten hebben.

Tip 3: denk na over de hoofdstukindeling.

Daarna maak ik een indeling in hoofdstukken. Wat gebeurt er in elk hoofdstuk? Welk probleem gaan ze oplossen? Welk gevaar lopen de hoofdpersonen of hun omgeving/dierbaren? Als ik een hoofdstukindeling maak, weet ik globaal hoe mijn verhaal gaat lopen. Ik weet wat ik wil vertellen en zorg daardoor dat het ook lukt. Gebruik het niet te star. Natuurlijk mag je iets anders verzinnen dan je gepland had, als dat nodig is voor je verhaal.

Tip 4: voor wie schrijf je het boek?

Belangrijk is ook voor wie je het verhaal gaat schrijven. Een boek voor kleuters is anders dan een boek voor twaalf-jarigen, bv voor wat betreft de zinsopbouw en voor wat betreft de onderwerpen die aan de orde kunnen komen. Voor basisschoolkinderen kan een AVI-indeling handig zijn. Het schrijven van een dergelijk boek vereist wel wat vaardigheden en puzzelwerk, omdat er eisen bijvoorbeeld worden gesteld aan het aantal woorden in een zin en het aantal lettergrepen dat een woord mag hebben. Zelf vind ik het wel heel leuk om te doen.

Tip 5: probleem niet te snel oplossen.

Kinderen houden van spannende boeken. Los het probleem van de hoofdpersoon niet te snel op. Nee, erger nog: elke keer als het opgelost lijkt, gebeurt er weer iets wat de situatie nog vervelender maakt.

Zelf heb ik inmiddels met veel plezier meer dan 20 kinderboeken geschreven. Ik ben bezig aan mijn vijfde en zesde roman. Meer tips zijn te vinden in de boekplanner die ik samen met Jolanda Pikkaart heb gemaakt.

Ik wens jou veel schrijfplezier toe!

Vijf tips voor het schrijven van een boek