page contents

Van ‘dat kan jij niet want’ … tot vechtlust

Heel vaak in mijn leven heb ik deze zin gehoord, gevolgd door de reden waarom ik iets niet zou kunnen. Ik heb het zo vaak gehoord, dat ik het bijna zou geloven. Bijna. Want het maakt ook iets in mij los. Vechtlust. Een voorbeeld.

Ik had (in 1996) de HTS civiele techniek afgerond en solliciteerde voor een baan die mij leuk leek. Ik mocht op gesprek komen en dat verliep erg prettig. Toch werd ik dezelfde avond gebeld: we denken dat u op zich heel geschikt zou zijn voor de baan, maar we nemen u niet aan omdat u een vrouw bent.

Echt waar. Ik kon mijn oren niet geloven. Ik heb opgebeld om te vertellen dat ik dit geen reden vond om me af te wijzen en dat ik bezwaar maakte tegen deze gang van zaken. En dat als hij me wel aan wilde nemen als ik een man was, hij dat wat mij betreft ook moest doen als ik een vrouw was. Hij gaf me gelijk en nodigde me uit om te komen werken bij zijn bedrijf. Dat heb ik overigens afgewezen omdat ik al een andere aanbieding had aangenomen.

Ik kan niet tegen onrecht. En iemand beoordelen of veroordelen op één kenmerk, zoals vrouw zijn, of autistisch, blond haar hebben of donkere krullen voelt voor mij als zeer onrechtvaardig.

Natuurlijk, dat was toen. Nu zou dat niet meer gebeuren. Toch? Ik hoorde van iemand die niet mocht solliciteren voor een bepaalde baan, omdat voor die baan een assessment nodig was die mensen met autisme niet konden halen. Hij had het assessment gehaald. Desondanks werd hij in eerste instantie afgewezen: hij heeft de diagnose autisme DUS hij kan dat niet.

Ik ben er het wandelende voorbeeld van dat een dergelijke conclusie niet klopt is. Ik doe heel veel dingen die je van iemand met autisme misschien niet zou verwachten, zoals het goed inschatten van emoties en daarop reflecteren en het overbrengen van een verhaal. Natuurlijk kan ik ook dingen niet, maar zeg nou zelf: kan jij alles? Kan jij in elke baan die je wilt slagen? Nee? Ik vind dat vrij logisch. 

Kijk verder dan het autisme. Kijk wat iemands sterke kanten zijn en zet die persoon daarop in. Laat de vooroordelen los en je zou verrast kunnen zijn van de positieve effecten. Ga het gesprek aan. Dat helpt. Of vraag je mij om het te vertellen.

Vandaag bestaat mijn uitgeverij zeven jaar. Droomvallei uitgeverij, waarbij ik fijne boeken uitgeef die ook over ingewikkelde onderwerpen kunnen gaan. Vaak maken deze boeken taboes bespreekbaar. Ook persoonlijk ga ik me daarvoor inzetten. Omdat het belangrijk is dat de vooroordelen rondom bijvoorbeeld depressie en autisme worden weggenomen. Ik kom daar graag over vertellen in jouw bedrijf. Ik weet zeker dat het inspireert en motiveert. En vooroordelen wegneemt. Want dat is nodig, voor iedereen.

De kosten van een depressie

Het praten over een depressie is en blijft lastig. Het niet kunnen, durven of mogen uiten zorgt m.i. voor ‘maatschappelijke zwijgkosten’: extra zorgkosten die optreden doordat praten over een psychische aandoening taboe is en er (te) laat wordt ingegrepen. Wat zijn de kosten voor de maatschappij als mensen met een depressie of autisme niet of nauwelijks deel kunnen nemen aan die maatschappij? Als ze te maken krijgen met een vooroordeel of stigma, in een hoek worden gezeten zich nog slechter voelen? Als ze zich niet erkend en buitengesloten voelen?

In november 2017 ben ik opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis in verband met een ernstige depressie. Ik wilde voor het leven kiezen, maar wist niet hoe. De wereld was beter af zonder mij, was mijn stellige overtuiging. Een klein vonkje in mij sputterde tegen en zorgde ervoor dat ik er contact werd opgenomen met de crisisdienst. Een opname van bijna drie weken volgde. Ik durfde de post van de ziektekostenverzekering een tijdje niet open te maken. Ik was heel blij met de hulp die ik kreeg, maar voelde me zwaar schuldig over de hoge kosten daarvan.

Op de site van het ministerie van volksgezondheid staat een lijst met zorgkosten. De behandeling van een depressie staat op nummer negen in 2011. Psychische stoornissen vormden in 2011 met 19,6 miljard euro (21,9% van de totale kosten) de duurste diagnosegroep (ICD-9-hoofdgroep). In 2016 zijn die kosten nog meer toegenomen.

In 1997 werd bij mij voor het eerst een depressie vastgesteld. Ik was onder behandeling bij het toenmalige RIAGG en kreeg medicijnen voorgeschreven. Ik was er redelijk open over en kreeg veel adviezen. Zoals:
Niet over praten, dan kom je zwak over. Mensen gaan je daarop afrekenen.
Het valt wel mee, stel je niet zo aan.
We hebben allemaal wel eens wat.
Je vlakt af door de medicijnen, dus je kan er beter zo snel mogelijk mee stoppen.

Voor de buitenwereld was ik meestal blij en vrolijk, want dat werd van me verwacht. Van binnen stierf ik langzaam af.

Uiteraard zijn deze adviezen met de beste bedoelingen uitgesproken. Inderdaad, ‘men’ zal wel gelijk hebben, dacht ik. Schouders eronder en aanpakken die hap. Zo snel mogelijk van de medicijnen af, niet klagen en doorgaan. Dat deed ik. Meer dan twintig jaar. Totdat ik echt niet meer kon en een opname nodig was.

Soms denk ik wel eens: wat als. Had ik de escalatie van een jaar geleden kunnen voorkomen? En hoe dan? Wat had mij kunnen helpen? De jaren tussen de eerste diagnose en crisisopname zijn een voortdurende zoektocht geweest om het leven te kunnen begrijpen. Ik heb alles geprobeerd om van de depressie af te komen: therapie, dieet, bewegen … noem het maar op en ik heb het gedaan. Ik sprak erover met mijn omgeving, als ik dat kon, en minimaal. Want het was een lastig onderwerp. En dat is het nog. Een taboe.

Het verleden is niet meer aan te passen. De toekomst wel. Een depressie hebben valt niet ‘wel mee’.  Het is heftig en ingrijpend. Het houdt je dag en nacht in de greep en er is bijna niet aan te ontsnappen. Hoe fijn zou het zijn als mensen wat beter kunnen begrijpen wat er in iemand met een depressie omgaat? In 2016 waren er 1 miljoen mensen met een depressie. Ja, zo veel. Daarom wordt het tijd om het taboe te doorbreken en te praten over wat het betekent om depressief te zijn. Omdat meer begrip voor elkaar de wereld mooier en beter maakt. Depressie is een ziekte die te behandelen is, maar niet als er niet over gesproken mag worden of als vooroordelen de toon van het gesprek blijven bepalen. Daar ga ik me voor inzetten als spreker en auteur. Voor een mooiere wereld voor mezelf en al die andere mensen die het nodig hebben.

En als bijkomend voordeel kunnen de zorgkosten zomaar af gaan nemen als mensen die een depressie hebben zich eerder durven te uiten en goed laten behandelen. Daar wordt iedereen beter van. Met mijn uitgeverij zet ik me al langer in om ingewikkelde onderwerpen bespreekbaar te maken. Persoonlijk ga ik daar mee door. 

Foto: Chantal Monsieurs Koremans

Prikkelverwerking bij autisme

In juli 2018 kreeg ik, op 45 jarige leeftijd, de diagnose autisme. Voor mensen met autisme blijkt de prikkerverwerking anders te gaan dan bij ‘normale’ mensen. Elke week ga ik naar een cursus bij de GGZ om te onderzoeken wat het autistisch zijn voor mij betekent en hoe ik daar het beste mee om kan gaan. Autisme wordt gezien als een informatieverwerkingsstoornis. De diagnose wordt overigens pas gegeven als dit ernstige gevolgen heeft voor het functioneren, zoals dat bij mij medeoorzaak is (was) van een ernstige depressie.

Zelf ervaar ik het autistisch zijn niet als een diskwalificatie. Het is nou eenmaal zo, er is niets aan te doen. Aan mij de taak om er zo goed mogelijk mee om te gaan. Het heeft voor- en nadelen. Ja, het heeft zeker ook voordelen! Mensen met autisme hebben veel oog voor detail en zijn vaak eerlijk. En zo zijn er nog veel meer voordelen op te noemen.

Bij mensen met autisme is de informatieverwerking gericht op details. Uit de verschillende details wordt de conclusie over een bepaalde situatie getrokken. Hoofd- en bijzaken worden niet onderscheiden. 
Dit zorgt voor minder overzicht.

Vaak zijn de zintuigen van mensen met autisme over- of ondergevoelig. Mensen met autisme kunnen veel last hebben van geluiden, licht, zien, maar ook drukte geuren en smaken. Bij onze cursus zitten we vaak met het licht uit omdat er cursisten bij zijn die veel last hebben van de felle TL balken. 

Hoeveel last iemand met autisme heeft van deze prikkelverwerking, hangt af van opvoeding, intelligentie, persoonlijkheid en compensatiemogelijkheden en omgevingsfactoren.

Mensen met autisme hebben geen filter. Alles wat in de omgeving gebeurt is voor hen even belangrijk en komt even heftig binnen. Dat kan ervoor zorgen dat hun hoofd vol zit. Dit kan ervoor zorgen dat ‘de stoppen doorslaan’. Er komen te veel prikkels binnen die niet verwerkt kunnen worden.

Slaap is een belangrijk mechanisme om het hoofd leeg te krijgen, maar bij mensen met autisme wordt het hoofd nooit helemaal leeg. Dat was voor mij een eyeopener. Ik had me dat nooit gerealiseerd, maar wel opgemerkt.

Autisme en hooggevoeligheid

Vaak krijg ik te horen dat mensen zich erg herkennen in hoe ik tegen de wereld aankijk, maar dat zij hooggevoelig zijn. Of het dat niet kan zijn. Er zijn inderdaad veel overeenkomsten, bijvoorbeeld ten aanzien van het ervaren van prikkels en de prikkelverwerking. Er zijn echter ook belangrijke verschillen.

In het artikel wordt er uitgebreider op ingegaan, maar ik pik er twee uit.

HSP mensen zijn heel gevoelig voor andermans emoties. Mensen met autisme missen dat en weten dat ze het missen. Ze zijn dus veel bezig met het beredeneren wat ze zien of horen, wat veel energie kost.

HSP-ers zuigen alles wat ze zien en meemaken als een spons op, met als gevolg een vol hoofd. Mensen met autisme hebben geen filter, waardoor alles in een grote bak terecht komt. Gevolg: een vol hoofd.


De rol van dieren bij autisme

Dieren zijn altijd heel belangrijk geweest voor me. Vroeger thuis hadden we kippen en geiten, waar ik vaak voor zorgde. Een van de geiten overleed toen ik dertien was. Ik heb een dag gehuild. 
Na de diagnose autisme werd er veel duidelijk. Veel mensen met deze diagnose hebben en speciale band met dieren. Ik zie het ook bij mijn kinderen en aan de vrouwen in mijn therapiegroep. 

Mijn man introduceerde katten in ons huishouden. Zijn kater adoreerde me (als een van de weinige mensen) en was niet bij me weg te slaan. De katten zijn gebleven, na zijn kater wonen Bas en Roosje al tijden bij ons.

Ik krijg ook wel eens dieren voor mijn verjaardag. Toen ik 40 werd, kreeg ik twee albino cavia’s, Jut en Jul. Ze kwamen uit een asiel en zijn meer dan vijf jaar bij ons geweest. Groot verdriet toen ze overleden, eerst Jut, daarna Jul. 

Voor mijn 46e verjaardag (september 2018) kreeg ik drie kuikens. Hoogst waarschijnlijk hennen, zei de fokker, zo niet dan mag je ze ruilen. Het zijn dus drie hanen. Ruilen lijkt ons heel lastig, aangezien we al erg aan ze gehecht zijn. Zolang ze geen ruzie maken samen, mogen ze blijven.

onze dieren: de kipjes Lauren, Nya en Alice
Onze kuikens net nadat ik ze gekregen heb

Ze zitten vaak bij me als ik aan het werk ben. Op de rugleuning van mijn stoel houden ze het uren vol. Af en toe springen ze op mijn schouder, plukken aan mijn haar of pikken zachtjes fluitend aan mijn oor. Ze kukelen als ze de wekker horen, als het licht in huis aan gaat of als ze ons te lang niet zien. 

Het is een zoektocht, als je je heel slecht voelt, naar de dingen die er nog toe doen. Het zal lang niet altijd of iedereen lukken om die nog te vinden, afhankelijk van de mate van depressiviteit. Dieren helpen mij. Ik blijf me verantwoordelijk voelen, omdat zij van mij afhankelijk zijn. Voor mezelf zorgen kan lastig zijn, voor anderen zorgen een stuk makkelijker. 

Zelfs mijn kinderen lachen om me als ze me zien met de kipjes. Dat maakt me niks uit. Het helpt mij. Basta.

Pillen ivm depressie

Mijn opname in het psychiatrisch ziekenhuis, een jaar geleden, was voor iedereen een grote verrassing. Ook voor mezelf. Natuurlijk wist ik dat het niet goed met me ging. Ik slikte al een tijdje pillen, antidepressiva. Ik praatte erover, maar niet heel uitgebreid.

Niet aanstellen, zei ik tegen mezelf. Ieder leven kent ups en downs. Iedereen heeft het wel eens moeilijk. Schouders eronder en gaan. Val mensen niet lastig met jouw problemen, ze hebben het druk genoeg. Je bent een sterke vrouw, dat kan jij. En inderdaad. Ik kon het heel lang. Totdat het bijna te laat was.

Ook voor mijn zoons, toen 11 en 12, schudde de wereld op hun grondvesten. Mama een tijd weg. Vreselijk. Hoe leg je het aan hen uit? We praatten er zo goed mogelijk over. Ik vond het belangrijk dat ze wisten dat het niet aan hen lag, in tegendeel zelfs. We legden de situatie uit op school, zodat ze daar ook wisten dat de jongens met een lastige thuissituatie te maken hadden. En we wandelden …

opname in een psychiatrisch ziekenhuis

Van Facebook, 2 november 2017

Ik heb door al dat gedoe iets nodig om tot rust te komen, zegt jongste.
Dat begrijp ik, antwoord ik. Het is ook heel wat. Zullen we samen wandelen?
Nee, zegt hij, dat helpt niet. ik heb pillen nodig.
Wat voor pillen dan, vraag ik.
Hij wist het niet.
Afijn, we zijn gaan wandelen. Naar de apotheek. En samen zijn we gekomen tot de juiste pil en recept: 2 maal daags één. Na het ontbijt en na het avondeten.
En we namen ook een doosje voor zijn broer mee.

psychiatrisch ziekenhuis
De huiskamer van de kliniek

Van Facebook
Intakegesprek gehad in de kliniek. Vanaf maandag is zo ver … dan start de behandeling. Het mag niet slechter met me gaan dan het nu gaat. Straks … Medicijnen aanpassen. Therapie. Intern. Gemiddelde opnametijd is twee weken. Daarna dagbehandeling. Yes. Dit wordt “mijn” huiskamer.

Depressie: wel of niet over praten?

In een eerder blog schreef ik dat ik altijd open ben geweest over mijn depressie. Natuurlijk waren het voor mij heftige en intensieve periodes waarin ik het leven niet meer zag zitten. Ik was ervan overtuigd dat de wereld beter af was zonder mij. Ik was lang niet altijd vrolijk en had regelmatig een kort lontje, al bleef ook mijn humor aanwezig. Om te overleven, verlegde ik mijn aandacht naar de mooie dingen van het leven. Ik probeerde daarop te focussen, die uit te vergroten. Samen met de medicijnen en de therapie heeft me dat gebracht waar ik nu sta: moeder van twee kinderen, auteur, eigenaar van een succesvolle uitgeverij. Ik heb mijn ‘zwakte’ omgezet in een kracht.

Ik stelde een vraag op LinkedIn: Heb jij een depressie? Stttt. Niet over praten. Of juist wel?  Daarop kreeg ik behoorlijk wat reacties.
Je moet het wel kunnen, was er een. Dat klopt. Niet iedereen kan erover praten. Het hoeft ook niet altijd. Je maakt een afweging of het voor jou zinvol is om erover te praten. Ik hoop dat wie er over wil praten, een luisterend en begripvol oor treft. Want dat kan je in een depressiesituatie goed gebruiken.

Soms willen mensen er niks mee, kunnen er niks mee of voelen zich onhandig, schreef iemand anders. Herkenbaar. Natuurlijk praten we liever over de fijne dingen van het leven. De (klein)kinderen, de vakantie, het lekkere zomerweer. Helaas is het leven niet alleen maar leuk en hebben veel mensen het moeilijk. Door een depressie of door een ander onderwerp. Het hoort erbij. Als ook deze dingen deel uit mogen maken van het leven en er naar de verhalen geluisterd wordt, kan er begrip ontstaan en wordt het leed mogelijk wat verlicht.

Wat bereik je met het delen van jouw ervaringen over depressie? Leidt het tot meer of minder begrip? vroeg iemand. In het geval van onbegrip maakt het de situatie alleen maar erger voor de toch al depressieve persoon. Het blijft zo lastig om je in te leven in de situatie van iemand anders. Vaak hoor ik zelf ook: ach, even je schouders eronder en het is over. Of: ga even lekker in het bos wandelen, dat helpt bij mij ook altijd enz. Het is goed bedoeld, maar geen oplossing. Dat is ook niet nodig. Luisteren kan voldoende zijn. Het verhaal kwijt kunnen.

Al jarenlang zet ik mij met mijn uitgeverij in om moeilijk bespreekbare thema’s zoals depressie of verslaving aan de orde te laten komen. Ik geef fijne boeken uit, die ook over ingewikkelde onderwerpen mogen gaan. Ik ga mij daar nu ook heel nadrukkelijk persoonlijk op richten. In een goed gesprek met Linda Graanoogst werd me duidelijk dat het belangrijk is. Voor mij persoonlijk en voor mijn omgeving. Omdat ik denk dat de wereld er beter van wordt als we begrip hebben voor elkaars ‘zwakkere’ punten, die ineens ook heel veel positiefs in zich kunnen hebben. Omdat iedereen er mag zijn. Hoe dan ook.

Toch?
Wordt vervolgd!

7. Heb je een depressie? Sttt, niet over praten

Wat vooraf ging

HEDEN
Op mijn 25e werd voor het eerst een depressie bij me vastgesteld door mijn huisarts. Het is een ziekte, zei hij, het heeft een naam en er is iets aan te doen. Dat vond ik alle drie heel geruststellend. Natuurlijk had ik wel eens van een depressie gehoord, maar in mijn omgeving was er niemand depressief. Voor zover ik wist dan.

Ik vertelde het aan mijn leidinggevende op mijn werk, een overheids-ingenieursbureau. Als ik jou was, zei hij, zou ik er niet zo open over zijn. Daarmee kan je in de problemen komen.
Hoezo dan? vroeg ik.
Tegen mij geeft het niet dat je het verteld, maar anderen kunnen je er op afrekenen. Wees er heel voorzichtig mee.
Doe ik mijn werk niet goed dan? Merk je iets aan mijn werkkwaliteiten?
Niks, zei hij. Je doet het perfect. Zelfs dat je depressief was, heb ik niet aan je gemerkt.


Ik heb hem bedankt voor zijn advies. En misschien juist daardoor heb ik het iedereen verteld. En dat doe ik nog altijd. Want de depressie is niet meer weggegaan. Niet meer helemaal. Sinds die tijd gaat het op en neer. Tijden goed, en dan weer veel slechter. Een postnataal-depressieachtig-iets na de geboorte van jongste zoon was aanleiding voor de bedrijfsarts om me creatieve therapie te adviseren. Daar is uiteindelijk mijn uitgeverij, de Droomvallei uit geboren. 

Ik doorbreek graag taboes. Daarom vertel ik mijn verhaal over depressie en autisme. Waarom zou je niet mogen praten over alle aspecten van het leven? Ook over de wat minder leuke kanten ervan? Waarom is praten en klagen over een gebroken been geaccepteerd, maar is het not done om over een depressie te praten? Wie help je daarmee? Ik heb zelf gemerkt dat het gewaardeerd wordt om erover te praten. Het zorgt voor meer begrip van wat een depressie inhoudt en welke gevolgen het heeft. Ik hoop dat alle leidinggevenden en collega’s van mensen met een depressie er voor hen kunnen zijn. En andersom.

Vandaag heeft Jerry mij voor zijn prachtige project op de foto gezet. De foto volgt nog. Het is voor mij een bijzondere dag. Een soort verjaardag. Een jaar geleden werd de crisisdienst gebeld. Niet veel later werd ik opgenomen ivm ernstige depressie. Na een jaar vol therapie en medicijnen gaat het een stuk beter maar het blijft hard werken.

Op de liefde. En op het begrip voor elkaar. 

Hoe het verder gaat 

Ik ben Esther van der Ham. Vanaf mijn 25e heb ik regelmatig een depressie en op mijn 45e kreeg ik de diagnose autisme. Vaak vragen mensen aan mij hoe ik tot het schrijven en uitgeven ben gekomen en hoe ik het allemaal doe. In deze blogberichten lees je mijn verhaal over omgaan met depressie en autisme. Wil je dat ik ook voor jouw organisatie daarover kom vertellen of voor jouw organisatie een boek schrijf over het doorbreken van taboes?

Lees dan hier verder.

6. Gravin Spook: een hoofdrol in de musical

Wat vooraf ging

‘Op welke school heb jij hiervoor gezeten?’ vraagt Lies. Ze zit met Eefje onderaan de trap voor de school. De betonnen treden voelen koud aan, maar het is wel wat rustiger dan de grote kantine. De laatste weken zijn ze hier steeds vaker te vinden in de gezamenlijke pauzes.
‘Eerst op de Havo, toen ben ik blijven zitten en naar de Mavo gegaan.’
‘Wat was het allerleukste op de Havo?’ vraagt Lies.
‘Het allerleukste was dat ik een hoofdrol had in een musical toen ik in de eerste zat.’
‘Een hoofdrol? Jij?’ Lies bekijkt de altijd verlegen Eefje van top tot teen. Ze kan er zich niks bij voorstellen. ‘Dat is toch ook met zingen, een musical?’
‘Ik speelde de rol van Gravin Spook. De moeder van Graaf Dracula.’
‘Je kijkt ineens een stuk blijer.’
‘Dat was fantastisch. Regelmatig repeteren met de eerste klassen, waardoor het een stuk gezelliger werd. Helaas was dat in de tweede helemaal weg, omdat iedereen naar andere klassen ging en alles werd gehusseld, maar het einde van de eerste was geweldig. Er was een prachtig decor en ik had een op maat gemaakte grijze jurk met spinnenwebben. Elke avond zat ik tijden in de make-up, want ik speelde een bejaarde. Het slaapliedje dat ik zong voor Graaf Dracula ken ik nog uit mijn hoofd. Ik voelde mij een ander mens.’

‘Dat kan je goed zien. Je ziet er heel anders uit als je erover vertelt.’
‘Drie avonden lang kroop ik in de huid van Gravin Spook. Eefje verdween, en de licht valse moeder van Graaf Dracula werd geboren. Ik speelde een rol. Dat kon ik goed en het beviel me wel. Weg dat verlegen meisje, welkom zelfverzekerde oma van de wereld.’

‘Heb je daar nog foto’s van? Ik ben wel benieuwd hoe je eruit zag.’
‘Ik was niet te herkennen. Ik had een grote grijze pruik op, waarvan ik blij was dat die weer af mocht, want het was nogal warm op het podium met al die lampen. Bloednerveus was ik, elke keer weer, maar uiteindelijk kwam het goed.’

’s Avonds, als Eefje thuis is, denkt ze terug aan dit gesprek. Die musical, het was zo gaaf. Het gevoel dat het gaf om even iemand anders te zijn, een andere wereld te betreden, heerlijk. Eigenlijk, denkt ze dan, doe ik dat nog steeds. Ik snap niks van de wereld, hoe iedereen met elkaar omgaat. Waarom er gepest wordt, uitgelachen, genegeerd. Waarom je niet mag zijn wie je bent. Ook nu speelt ze een rol: om niet op te vallen, niet uit de toon te vallen, geen aandacht te trekken. Wie kent de echte Eefje, de Eefje die diep van binnen zit? Als ze die Eefje laat zien, lachen ze haar uit, omdat ze over andere onderwerpen en thema’s wil praten dan haar leeftijdsgenoten. Nee, die Eefje is en blijft lekker diep weggestopt zitten. Wel zo veilig.

Hoe het verder gaat 

Ik ben Esther van der Ham. Vanaf mijn 25e heb ik regelmatig een depressie en op mijn 45e kreeg ik de diagnose autisme. Vaak vragen mensen aan mij hoe ik tot het schrijven en uitgeven ben gekomen en hoe ik het allemaal doe. In deze blogberichten lees je mijn verhaal (op maat). Het is een verhaal, gebaseerd op gebeurtenissen die werkelijk zijn gebeurd, maar niet altijd exact hoe ik ze beschrijf. Natuurlijk ken ik van mijn eigen leven veel details, maar ook als ik voor jouw bedrijf een verhaal maak, probeer ik zo veel mogelijk zinvolle details te achterhalen. Want dat maakt jouw verhaal beter.
Esther van der Ham

PS: wil je ook een verhaal of boek op maat over jouw bedrijf of innovatieve proces? Lees dan hier verder.

5. MTS niks voor mij? Dat zullen we dan nog wel eens zien.

Wat vooraf ging

‘Hoe oud ben jij? Je mag wel bij ons komen zitten hoor!’ zegt het meisje hartelijk voordat ze haar lange blonde haren naar achteren schudt. Ze hebben elkaar ontmoet in de gang voor het damestoilet van de MTS.
‘Ik ben vijftien,’ antwoordt Eefje schuchter. Het is druk in de gang, allemaal jongens, de meeste een kop groter dan zij en twee keer zo breed. Ze vindt het intimiderender dan ze had verwacht. Zelfs na een paar weken op school is ze nog niet gewend.

‘Ik ben Lies, ik doe Bouwkunde, jij?’ Het meisje steekt haar hand uit.
‘Weg en waterbouwkunde.’ Eefje is een beetje jaloers op het meisje dat daar zo zelfverzekerd staat en begroet wordt door langslopende schoolgenoten. De overstap naar de MTS is haar erg tegengevallen. Ze is het enige meisje in de klas en ook nog eens veruit de jongste. De meeste theorievakken vindt ze leuk en interessant maar de dagen kruipen om. Ze zit de hele dag alleen, tijdens de lessen en in de pauzes, en durft amper op of om te kijken. De jongens zijn zo anders als zij. Ze praten over andere dingen, doen stoer, hebben het over tractoren en uitgaan, allemaal dingen waar zij niks vanaf weet. Als meisje krijgt ze veel aandacht van de jongens, waar ze niks van moet hebben. Daarom kleedt ze zich zo mannelijk mogelijk: grote truien, zware schoenen, spijkerbroek. De haren zo kort mogelijk geknipt. Ze krijgt praktijklessen zoals metselen en beton storten, waar ze wat lacherig wordt bekeken omdat ze daar in het begin niet heel handig in is. Veel van haar klasgenoten komen van de LTS en hebben daar al behoorlijk wat praktijkervaring opgedaan.

Ze denkt weer aan de woorden van de leraar op haar vorige school: MTS? Dat is niks voor jou, Eefje.

Niks voor mij? Niks voor mij? Dat zullen we dan nog wel eens zien.

Hoe het verder gaat 

Ik ben Esther van der Ham. Vanaf mijn 25e heb ik regelmatig een depressie en op mijn 45e kreeg ik de diagnose autisme. Vaak vragen mensen aan mij hoe ik tot het schrijven en uitgeven ben gekomen en hoe ik het allemaal doe. In deze blogberichten lees je mijn verhaal (op maat). Het is een verhaal, gebaseerd op gebeurtenissen die werkelijk zijn gebeurd, maar niet altijd exact hoe ik ze beschrijf. Natuurlijk ken ik van mijn eigen leven veel details, maar ook als ik voor jouw bedrijf een verhaal maak, probeer ik zo veel mogelijk zinvolle details te achterhalen. Want dat maakt jouw verhaal beter.
Esther van der Ham

PS: wil je ook een verhaal of boek op maat over jouw bedrijf of innovatieve proces? Lees dan hier verder.

4. Jij naar de MTS? Doe niet zo raar!

Wat vooraf ging

‘Hoe kom je erbij? De MTS is niks voor jou! En welke richting ga je dan doen?’ De leraar economie die Eefje in vier mavo heeft, kijkt haar stomverbaasd aan. Ze is al een beetje bang van deze strenge docent, en nu durft ze amper antwoord te geven op zijn vraag.
‘Weg- en waterbouwkunde,’ stottert ze.
‘Welja, toe maar. En waarom dan wel? Dat is niks voor een meisje! En zeker niet voor jou.’
Sommige van haar klasgenoten lachen mee met de leraar, anderen, haar vrienden, brommen een zacht protest. Eefje heeft geen spijt gehad van de overstap naar de mavo. Ze hoort bij de besten van de klas en ze kan met veel kinderen goed opschieten. Zelfs voor de talen haalt ze goede cijfers.

Eefje recht haar rug. Hoezo, dat is niks voor een meisje? Hoezo, dat is niks voor haar? Dat zullen we dan nog wel eens zien. Haar dromen voor de toekomst zijn duidelijk. Eerst wilde ze stuurman worden, de oceanen bevaren. Daarna wijzigde ze haar plannen. Ze wil leraar worden. Leraar wiskunde.

‘Ik ben goed in wiskunde en dat soort vakken. Beter dan in de talen. Daarom wil ik een vervolgopleiding gaan doen die daar iets mee te maken heeft.’ Een week eerder kreeg ze van de schooldecaan een rondleiding op de MTS. De school was een stuk groter, en er waren bijna alleen jongens op het plein en in de gangen. Daar ziet ze tegenop. Toch lijkt het haar beter dan de alternatieven zoals de MEAO. Er zijn zo veel keuzes, en het is zo lastig om de gevolgen van een keuze in te zien.

‘Je moet het zelf weten,’ zegt de docent. ‘Reken erop dat het geen succes wordt. Ik spreek je wel weer over een paar jaar, en dan zal je zien dat ik gelijk heb gekregen.’

‘Goed meneer,’ zegt Eefje. ‘We zullen zien.’

Na een prachtig eindexamenresultaat start Eefje na de zomer op de MTS, afdeling Civiele Techniek. En het lijkt erop dat haar leraar gelijk krijgt.

Hoe het verder gaat.

Ik ben Esther van der Ham. Vanaf mijn 25e heb ik regelmatig een depressie en op mijn 45e kreeg ik de diagnose autisme. Vaak vragen mensen aan mij hoe ik tot het schrijven en uitgeven ben gekomen en hoe ik het allemaal doe. In deze blogberichten lees je mijn verhaal (op maat). Het is een verhaal, gebaseerd op gebeurtenissen die werkelijk zijn gebeurd, maar niet altijd exact hoe ik ze beschrijf. Natuurlijk ken ik van mijn eigen leven veel details, maar ook als ik voor jouw bedrijf een verhaal maak, probeer ik zo veel mogelijk zinvolle details te achterhalen. Want dat maakt jouw verhaal beter.
Esther van der Ham

PS: wil je ook een verhaal of boek op maat over jouw bedrijf of innovatieve proces? Lees dan hier verder.