page contents

Huisregels: we have a problem.

‘Hebben jullie huisregels?’ vraagt mijn psycholoog, die mij ondersteunt in het omgaan met mijn depressie en autisme. 
Ik heb een flinke terugval in mijn depressie. Bij mij therapiesessie bespreek ik met hem hoe dat komt en wat ik eraan doe om de terugval tot stilstand te brengen. Want helaas, dat gaat niet vanzelf. Ik heb mijn crisissignaleringsplan wat me in dit geval kan helpen. Per fase, 0 tot en met 4, is beschreven hoe ik me voel, hoe ik dat zo kan houden en wat de signalen zijn dat het minder goed gaat. De alarmbellen gingen luid af, zeg maar.

De rem erop

Het is heel druk geweest. Veel regelwerk voor de jongens, die het pittig hebben op school. De school doet erg hun best om rekening te houden met hun autisme, maar de praktijk is weerbarstig. Zo kreeg jongste een ruimte toegewezen omdat hij zijn brood liefst rustig op wilde eten in plaats van in de megadrukke kantine, maar was het een hele stap om daar ook gebruik van durven te maken. Uiteindelijk is het gelukt, gelukkig ook voor hem. Nu eet hij weer op school, want dat durfde hij niet. Dit is één voorbeeld, zo zou ik er nog veel meer kunnen noemen. Heftigere voorbeelden ook.
Ik was druk bezig met het regelen van extra ondersteuning, mijn vierde boek is eindelijk af (hoera!), sinterklaas, verjaardagen, ik maakte ‘even’ een gratis boekje met verhalen van de Droomvallei-auteurs,  je kent het wel. Een terugval dus. De rem moest erop. Ik zei afspraken af (balen) en bekeek mijn planning en hoe vol die zat. Het was best druk. 

‘Eventjes’

Ik ben heel snel in dingen. Dat is een voordeel en een nadeel tegelijk. Het is fijn als een taak snel is afgerond, maar niet als het ten koste gaat van jezelf. Dat moet ik mij bij alles wat ik doe realiseren. 
– Is het nodig dat ik dit doe?
– Moet het nu of kan het ook op een ander moment?
– Moet ik het zelf doen of kan iemand anders het voor me doen?
– Is het mijn taak of neem ik de taak van iemand anders over?
Bij alles moet ik hierover nadenken, want als ik dat niet doe, ben ik al aan de taak begonnen. Vuile spullen heb ik sneller in de was gegooid dan een ander er (tien keer) op aanspreken dat de keukenvloer geen goede plek is voor de vuile gymkleren, dat glazen in de vaaswasser horen en dat de schooltas op de drempel van de voordeur geen goede plaats is. En ga zo maar door, alle ouders zullen het wel herkennen. Leg de verantwoordelijkheid daar waar hij hoort. Lastig bij kinderen, lastig bij pubers, lastig bij autistische pubers. 

Huisregels

Terug naar de vraag van de psycholoog. Zeker hebben wij huisregels. Hij vroeg me om ze weer eens op te schrijven. Ook wilde hij graag dat de jongens aangaven hoe ze de regels zouden willen hebben (niet om ze automatisch toe te passen, meer ter bespreking/gespreksvoering). Natuurlijk hebben we die. Ik zette ze op papier en vroeg of ze aan wilde geven wat ze van elk van deze regels vonden door het zetten van een krul of kruisje. Vandaag zag ik het resultaat. Er schoot één ding door me heen: Houston, we have a problem. 

huisregels
huisregels

Hoe doen jullie dat eigenlijk? Hebben jullie huisregels en hoe handhaaf je die?  Ik lees het graag.

8. Stage op het vliegveld

Wat vooraf ging

Gehaast pakt Eefje haar fiets uit de schuur. Het is al laat en ze moet een heel eind fietsen naar haar stageplaats. Een jaar lang is ze op en neer gereden, elke dag meer dan 20 kilometer, voor haar stage op een militair vliegveld. De eerste kennismaking met de mannenwereld. Het is haar meegevallen.

‘Wil je voor de laatste keer een kopje thee?’ De keetjuffrouw komt het kantoortje binnen dat ze deelt met één van de directieleden bij de aanleg van nieuwe start- en landingsbanen. Het afgelopen jaar heeft ze mee toezicht gehouden op de werkzaamheden van de aannemer, maar af en toe mocht ze ook met de aannemer mee om het werk van die kant te bekijken.  De bouwkeet staat naast de startbaan, waar de straaljagers met veel herrie af en aan vliegen.

‘Het was een leuke tijd,’ zegt Eefje. ‘Ik ga jullie wel missen.’
‘Wij jou ook. Straks ben ik weer de enige vrouw hier.’
Eefje denkt terug aan wat ze allemaal heeft beleefd. Het afgelopen jaar is intensief geweest. Normaal gesproken moet op twee plekken stage worden gelopen, maar het werk was zo veelzijdig dat Eefje een heel jaar mocht blijven. Alle facetten van de weg- en waterbouw kwamen langs, van de aanleg van wegen, straatwerk, rioleringen tot asfalt en zelfs bouwkunde.

Opgeblazen plotter

Ze heeft op de tekenkamer gewerkt. De machine die de tekeningen plot opgeblazen door te veel opdrachten tegelijk te verstrekken, waarna de aanliggende kamers moesten worden ontruimd door de ammoniaklucht. 
Kilometers afgelegd op de landingsbanen van het vliegveld om de scheurvorming op te meten en in kaart te brengen.
Geoefend met rijden op de zandpaden van het vliegveld, wat geen doorslaand succes was. Dat gold ook voor het brommer rijden. Ze bleef die gashendel maar de verkeerde kant opdraaien, waardoor ze veel harder ging in plaats van zachter. Geef haar maar haar fiets. Die kent ze en die brengt haar overal waar ze wil zijn.

Hoofdpijn

Vaak had ze hoofdpijn. Daar liet ze zich niet door kennen. Gewoon doorgaan. Soms een pilletje als het te erg werd. Niet zeuren maar doorgaan. Dat heeft ze geleerd. En dat zal ze doen. Ook straks, in het examenjaar. Daar ziet ze best tegenop. Ze heeft het zwaarste pakket gekozen als voorbereiding op de HTS. Een andere klas, straks een nieuwe school in een andere stad. Reizen dus … maar eerst dat diploma nog ‘even’ halen.

Hoe het verder gaat.

Ik ben Esther van der Ham. Vanaf mijn 25e heb ik regelmatig een depressie en op mijn 45e kreeg ik de diagnose autisme. Vaak vragen mensen aan mij hoe ik tot het schrijven en uitgeven ben gekomen en hoe ik het allemaal doe. In deze blogberichten lees je mijn verhaal over omgaan met depressie en autisme. Wil je dat ik ook voor jouw organisatie daarover kom vertellen of voor jouw organisatie een boek schrijf over het doorbreken van taboes?

Lees dan hier verder.

 

Presentatie centrum voor autisme

Afgelopen maandag (19 november 2018) moest ik bij mijn cursus voor het centrum voor autisme een presentatie houden wat ik de afgelopen tijd had geleerd over mijzelf in combinatie met de diagnose autisme.

De bewuste leerperiode duurt inmiddels weer ruim een jaar, na mijn opname.

  1. Ik heb mijn omgeving uitgelegd dat ik autistisch ben en wat het inhoudt (andere prikkelverwerking). Ik schrijf er blogs over, die goed worden gelezen. Voor mij is dat een manier om me erin te verdiepen en het te verwerken.
  2. Ik heb gemerkt dat sommige dingen lastig voor me zijn, zoals op onverwachte momenten ‘gezellig’ koffiedrinken. Ik wist al langer dat ik dat vond, nu weet ik waarom. Met mijn omgeving heb ik daar een weg in gevonden die voor ons allemaal goed is (iets langer van te voren aankondigen, niet boos zijn als ik nee zeg).
  3. Een eye-opener was de andere manier van opslag in de hersenen bij mensen met autisme, dat de informatie in mijn hoofd als losse blokken wordt opgeslagen in plaats van als gekoppelde blokken. Het was me vaak opgevallen dat ik als ik ergens mee bezig was, de rest compleet kon vergeten. Nu is me duidelijk waarom. Ik werk meer met lijstjes waarop staat waar ik mee bezig ben, zodat ik niets uit het oog verlies.
  4. Regelmatig heb ik last van een te vol hoofd, één van de kenmerken van autisme. Ik plan daarom meer rust in. Ik zeg soms dingen af waar ik liever heen wil. Helaas ben ik nog niet helemaal van het schuldgevoel af als ik dingen niet kan.
  5. Ik heb een crisissignaleringsplan. Hangt ook samen met punt vier. Ik neem op tijd rust (nou ja, soms te laat, maar in ieder geval neem ik rust).
  6. Ik probeer van mijn autisme mijn kracht te maken in plaats van mijn zwakte. Ik zette dat onbewust al tijden in, maar nu ook bewust.
  7. Mijn goede karakter eigenschappen zijn: doorzettingsvermogen, direct en creatief. Volgens mijn kinderen lief (oudste zoon) en dat ik zijn moeder ben (jongste) want anders was hij er ook niet geweest. Dat vind ik een groot compliment.
  8. Ik kan emoties van anderen vaak goed inschatten. Het ermee omgaan kost me wel veel energie. Ik word daar heel moe van.
  9. Ik kan geen maat houden, als ik ergens mee bezig ben, moet het af. Desnoods ten koste van mezelf. Daar probeer ik rekening mee te houden cq dat minder te doen door meer focus te zoeken.
  10. Eigenlijk vond ik dat er nog een punt tien bij hoorde, om het compleet te maken. Maar de negen bovenstaande punten zijn al heel wat. Dus ik ben er trots op dat ik het daar bij hem kunnen laten.

Van ‘dat kan jij niet want’ … tot vechtlust

Heel vaak in mijn leven heb ik deze zin gehoord, gevolgd door de reden waarom ik iets niet zou kunnen. Ik heb het zo vaak gehoord, dat ik het bijna zou geloven. Bijna. Want het maakt ook iets in mij los. Vechtlust. Een voorbeeld.

Ik had (in 1996) de HTS civiele techniek afgerond en solliciteerde voor een baan die mij leuk leek. Ik mocht op gesprek komen en dat verliep erg prettig. Toch werd ik dezelfde avond gebeld: we denken dat u op zich heel geschikt zou zijn voor de baan, maar we nemen u niet aan omdat u een vrouw bent.

Echt waar. Ik kon mijn oren niet geloven. Ik heb opgebeld om te vertellen dat ik dit geen reden vond om me af te wijzen en dat ik bezwaar maakte tegen deze gang van zaken. En dat als hij me wel aan wilde nemen als ik een man was, hij dat wat mij betreft ook moest doen als ik een vrouw was. Hij gaf me gelijk en nodigde me uit om te komen werken bij zijn bedrijf. Dat heb ik overigens afgewezen omdat ik al een andere aanbieding had aangenomen.

Ik kan niet tegen onrecht. En iemand beoordelen of veroordelen op één kenmerk, zoals vrouw zijn, of autistisch, blond haar hebben of donkere krullen voelt voor mij als zeer onrechtvaardig.

Natuurlijk, dat was toen. Nu zou dat niet meer gebeuren. Toch? Ik hoorde van iemand die niet mocht solliciteren voor een bepaalde baan, omdat voor die baan een assessment nodig was die mensen met autisme niet konden halen. Hij had het assessment gehaald. Desondanks werd hij in eerste instantie afgewezen: hij heeft de diagnose autisme DUS hij kan dat niet.

Ik ben er het wandelende voorbeeld van dat een dergelijke conclusie niet klopt is. Ik doe heel veel dingen die je van iemand met autisme misschien niet zou verwachten, zoals het goed inschatten van emoties en daarop reflecteren en het overbrengen van een verhaal. Natuurlijk kan ik ook dingen niet, maar zeg nou zelf: kan jij alles? Kan jij in elke baan die je wilt slagen? Nee? Ik vind dat vrij logisch. 

Kijk verder dan het autisme. Kijk wat iemands sterke kanten zijn en zet die persoon daarop in. Laat de vooroordelen los en je zou verrast kunnen zijn van de positieve effecten. Ga het gesprek aan. Dat helpt. Of vraag je mij om het te vertellen.

Vandaag bestaat mijn uitgeverij zeven jaar. Droomvallei uitgeverij, waarbij ik fijne boeken uitgeef die ook over ingewikkelde onderwerpen kunnen gaan. Vaak maken deze boeken taboes bespreekbaar. Ook persoonlijk ga ik me daarvoor inzetten. Omdat het belangrijk is dat de vooroordelen rondom bijvoorbeeld depressie en autisme worden weggenomen. Ik kom daar graag over vertellen in jouw bedrijf. Ik weet zeker dat het inspireert en motiveert. En vooroordelen wegneemt. Want dat is nodig, voor iedereen.

De kosten van een depressie

Het praten over een depressie is en blijft lastig. Het niet kunnen, durven of mogen uiten zorgt m.i. voor ‘maatschappelijke zwijgkosten’: extra zorgkosten die optreden doordat praten over een psychische aandoening taboe is en er (te) laat wordt ingegrepen. Wat zijn de kosten voor de maatschappij als mensen met een depressie of autisme niet of nauwelijks deel kunnen nemen aan die maatschappij? Als ze te maken krijgen met een vooroordeel of stigma, in een hoek worden gezeten zich nog slechter voelen? Als ze zich niet erkend en buitengesloten voelen?

In november 2017 ben ik opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis in verband met een ernstige depressie. Ik wilde voor het leven kiezen, maar wist niet hoe. De wereld was beter af zonder mij, was mijn stellige overtuiging. Een klein vonkje in mij sputterde tegen en zorgde ervoor dat ik er contact werd opgenomen met de crisisdienst. Een opname van bijna drie weken volgde. Ik durfde de post van de ziektekostenverzekering een tijdje niet open te maken. Ik was heel blij met de hulp die ik kreeg, maar voelde me zwaar schuldig over de hoge kosten daarvan.

Op de site van het ministerie van volksgezondheid staat een lijst met zorgkosten. De behandeling van een depressie staat op nummer negen in 2011. Psychische stoornissen vormden in 2011 met 19,6 miljard euro (21,9% van de totale kosten) de duurste diagnosegroep (ICD-9-hoofdgroep). In 2016 zijn die kosten nog meer toegenomen.

In 1997 werd bij mij voor het eerst een depressie vastgesteld. Ik was onder behandeling bij het toenmalige RIAGG en kreeg medicijnen voorgeschreven. Ik was er redelijk open over en kreeg veel adviezen. Zoals:
Niet over praten, dan kom je zwak over. Mensen gaan je daarop afrekenen.
Het valt wel mee, stel je niet zo aan.
We hebben allemaal wel eens wat.
Je vlakt af door de medicijnen, dus je kan er beter zo snel mogelijk mee stoppen.

Voor de buitenwereld was ik meestal blij en vrolijk, want dat werd van me verwacht. Van binnen stierf ik langzaam af.

Uiteraard zijn deze adviezen met de beste bedoelingen uitgesproken. Inderdaad, ‘men’ zal wel gelijk hebben, dacht ik. Schouders eronder en aanpakken die hap. Zo snel mogelijk van de medicijnen af, niet klagen en doorgaan. Dat deed ik. Meer dan twintig jaar. Totdat ik echt niet meer kon en een opname nodig was.

Soms denk ik wel eens: wat als. Had ik de escalatie van een jaar geleden kunnen voorkomen? En hoe dan? Wat had mij kunnen helpen? De jaren tussen de eerste diagnose en crisisopname zijn een voortdurende zoektocht geweest om het leven te kunnen begrijpen. Ik heb alles geprobeerd om van de depressie af te komen: therapie, dieet, bewegen … noem het maar op en ik heb het gedaan. Ik sprak erover met mijn omgeving, als ik dat kon, en minimaal. Want het was een lastig onderwerp. En dat is het nog. Een taboe.

Het verleden is niet meer aan te passen. De toekomst wel. Een depressie hebben valt niet ‘wel mee’.  Het is heftig en ingrijpend. Het houdt je dag en nacht in de greep en er is bijna niet aan te ontsnappen. Hoe fijn zou het zijn als mensen wat beter kunnen begrijpen wat er in iemand met een depressie omgaat? In 2016 waren er 1 miljoen mensen met een depressie. Ja, zo veel. Daarom wordt het tijd om het taboe te doorbreken en te praten over wat het betekent om depressief te zijn. Omdat meer begrip voor elkaar de wereld mooier en beter maakt. Depressie is een ziekte die te behandelen is, maar niet als er niet over gesproken mag worden of als vooroordelen de toon van het gesprek blijven bepalen. Daar ga ik me voor inzetten als spreker en auteur. Voor een mooiere wereld voor mezelf en al die andere mensen die het nodig hebben.

En als bijkomend voordeel kunnen de zorgkosten zomaar af gaan nemen als mensen die een depressie hebben zich eerder durven te uiten en goed laten behandelen. Daar wordt iedereen beter van. Met mijn uitgeverij zet ik me al langer in om ingewikkelde onderwerpen bespreekbaar te maken. Persoonlijk ga ik daar mee door. 

Foto: Chantal Monsieurs Koremans

Prikkelverwerking bij autisme

In juli 2018 kreeg ik, op 45 jarige leeftijd, de diagnose autisme. Voor mensen met autisme blijkt de prikkerverwerking anders te gaan dan bij ‘normale’ mensen. Elke week ga ik naar een cursus bij de GGZ om te onderzoeken wat het autistisch zijn voor mij betekent en hoe ik daar het beste mee om kan gaan. Autisme wordt gezien als een informatieverwerkingsstoornis. De diagnose wordt overigens pas gegeven als dit ernstige gevolgen heeft voor het functioneren, zoals dat bij mij medeoorzaak is (was) van een ernstige depressie.

Zelf ervaar ik het autistisch zijn niet als een diskwalificatie. Het is nou eenmaal zo, er is niets aan te doen. Aan mij de taak om er zo goed mogelijk mee om te gaan. Het heeft voor- en nadelen. Ja, het heeft zeker ook voordelen! Mensen met autisme hebben veel oog voor detail en zijn vaak eerlijk. En zo zijn er nog veel meer voordelen op te noemen.

Bij mensen met autisme is de informatieverwerking gericht op details. Uit de verschillende details wordt de conclusie over een bepaalde situatie getrokken. Hoofd- en bijzaken worden niet onderscheiden. 
Dit zorgt voor minder overzicht.

Vaak zijn de zintuigen van mensen met autisme over- of ondergevoelig. Mensen met autisme kunnen veel last hebben van geluiden, licht, zien, maar ook drukte geuren en smaken. Bij onze cursus zitten we vaak met het licht uit omdat er cursisten bij zijn die veel last hebben van de felle TL balken. 

Hoeveel last iemand met autisme heeft van deze prikkelverwerking, hangt af van opvoeding, intelligentie, persoonlijkheid en compensatiemogelijkheden en omgevingsfactoren.

Mensen met autisme hebben geen filter. Alles wat in de omgeving gebeurt is voor hen even belangrijk en komt even heftig binnen. Dat kan ervoor zorgen dat hun hoofd vol zit. Dit kan ervoor zorgen dat ‘de stoppen doorslaan’. Er komen te veel prikkels binnen die niet verwerkt kunnen worden.

Slaap is een belangrijk mechanisme om het hoofd leeg te krijgen, maar bij mensen met autisme wordt het hoofd nooit helemaal leeg. Dat was voor mij een eyeopener. Ik had me dat nooit gerealiseerd, maar wel opgemerkt.

Autisme en hooggevoeligheid

Vaak krijg ik te horen dat mensen zich erg herkennen in hoe ik tegen de wereld aankijk, maar dat zij hooggevoelig zijn. Of het dat niet kan zijn. Er zijn inderdaad veel overeenkomsten, bijvoorbeeld ten aanzien van het ervaren van prikkels en de prikkelverwerking. Er zijn echter ook belangrijke verschillen.

In het artikel wordt er uitgebreider op ingegaan, maar ik pik er twee uit.

HSP mensen zijn heel gevoelig voor andermans emoties. Mensen met autisme missen dat en weten dat ze het missen. Ze zijn dus veel bezig met het beredeneren wat ze zien of horen, wat veel energie kost.

HSP-ers zuigen alles wat ze zien en meemaken als een spons op, met als gevolg een vol hoofd. Mensen met autisme hebben geen filter, waardoor alles in een grote bak terecht komt. Gevolg: een vol hoofd.


De rol van dieren bij autisme

Dieren zijn altijd heel belangrijk geweest voor me. Vroeger thuis hadden we kippen en geiten, waar ik vaak voor zorgde. Een van de geiten overleed toen ik dertien was. Ik heb een dag gehuild. 
Na de diagnose autisme werd er veel duidelijk. Veel mensen met deze diagnose hebben en speciale band met dieren. Ik zie het ook bij mijn kinderen en aan de vrouwen in mijn therapiegroep. 

Mijn man introduceerde katten in ons huishouden. Zijn kater adoreerde me (als een van de weinige mensen) en was niet bij me weg te slaan. De katten zijn gebleven, na zijn kater wonen Bas en Roosje al tijden bij ons.

Ik krijg ook wel eens dieren voor mijn verjaardag. Toen ik 40 werd, kreeg ik twee albino cavia’s, Jut en Jul. Ze kwamen uit een asiel en zijn meer dan vijf jaar bij ons geweest. Groot verdriet toen ze overleden, eerst Jut, daarna Jul. 

Voor mijn 46e verjaardag (september 2018) kreeg ik drie kuikens. Hoogst waarschijnlijk hennen, zei de fokker, zo niet dan mag je ze ruilen. Het zijn dus drie hanen. Ruilen lijkt ons heel lastig, aangezien we al erg aan ze gehecht zijn. Zolang ze geen ruzie maken samen, mogen ze blijven.

onze dieren: de kipjes Lauren, Nya en Alice
Onze kuikens net nadat ik ze gekregen heb

Ze zitten vaak bij me als ik aan het werk ben. Op de rugleuning van mijn stoel houden ze het uren vol. Af en toe springen ze op mijn schouder, plukken aan mijn haar of pikken zachtjes fluitend aan mijn oor. Ze kukelen als ze de wekker horen, als het licht in huis aan gaat of als ze ons te lang niet zien. 

Het is een zoektocht, als je je heel slecht voelt, naar de dingen die er nog toe doen. Het zal lang niet altijd of iedereen lukken om die nog te vinden, afhankelijk van de mate van depressiviteit. Dieren helpen mij. Ik blijf me verantwoordelijk voelen, omdat zij van mij afhankelijk zijn. Voor mezelf zorgen kan lastig zijn, voor anderen zorgen een stuk makkelijker. 

Zelfs mijn kinderen lachen om me als ze me zien met de kipjes. Dat maakt me niks uit. Het helpt mij. Basta.

Pillen ivm depressie

Mijn opname in het psychiatrisch ziekenhuis, een jaar geleden, was voor iedereen een grote verrassing. Ook voor mezelf. Natuurlijk wist ik dat het niet goed met me ging. Ik slikte al een tijdje pillen, antidepressiva. Ik praatte erover, maar niet heel uitgebreid.

Niet aanstellen, zei ik tegen mezelf. Ieder leven kent ups en downs. Iedereen heeft het wel eens moeilijk. Schouders eronder en gaan. Val mensen niet lastig met jouw problemen, ze hebben het druk genoeg. Je bent een sterke vrouw, dat kan jij. En inderdaad. Ik kon het heel lang. Totdat het bijna te laat was.

Ook voor mijn zoons, toen 11 en 12, schudde de wereld op hun grondvesten. Mama een tijd weg. Vreselijk. Hoe leg je het aan hen uit? We praatten er zo goed mogelijk over. Ik vond het belangrijk dat ze wisten dat het niet aan hen lag, in tegendeel zelfs. We legden de situatie uit op school, zodat ze daar ook wisten dat de jongens met een lastige thuissituatie te maken hadden. En we wandelden …

opname in een psychiatrisch ziekenhuis

Van Facebook, 2 november 2017

Ik heb door al dat gedoe iets nodig om tot rust te komen, zegt jongste.
Dat begrijp ik, antwoord ik. Het is ook heel wat. Zullen we samen wandelen?
Nee, zegt hij, dat helpt niet. ik heb pillen nodig.
Wat voor pillen dan, vraag ik.
Hij wist het niet.
Afijn, we zijn gaan wandelen. Naar de apotheek. En samen zijn we gekomen tot de juiste pil en recept: 2 maal daags één. Na het ontbijt en na het avondeten.
En we namen ook een doosje voor zijn broer mee.

psychiatrisch ziekenhuis
De huiskamer van de kliniek

Van Facebook
Intakegesprek gehad in de kliniek. Vanaf maandag is zo ver … dan start de behandeling. Het mag niet slechter met me gaan dan het nu gaat. Straks … Medicijnen aanpassen. Therapie. Intern. Gemiddelde opnametijd is twee weken. Daarna dagbehandeling. Yes. Dit wordt “mijn” huiskamer.

Depressie: wel of niet over praten?

In een eerder blog schreef ik dat ik altijd open ben geweest over mijn depressie. Natuurlijk waren het voor mij heftige en intensieve periodes waarin ik het leven niet meer zag zitten. Ik was ervan overtuigd dat de wereld beter af was zonder mij. Ik was lang niet altijd vrolijk en had regelmatig een kort lontje, al bleef ook mijn humor aanwezig. Om te overleven, verlegde ik mijn aandacht naar de mooie dingen van het leven. Ik probeerde daarop te focussen, die uit te vergroten. Samen met de medicijnen en de therapie heeft me dat gebracht waar ik nu sta: moeder van twee kinderen, auteur, eigenaar van een succesvolle uitgeverij. Ik heb mijn ‘zwakte’ omgezet in een kracht.

Ik stelde een vraag op LinkedIn: Heb jij een depressie? Stttt. Niet over praten. Of juist wel?  Daarop kreeg ik behoorlijk wat reacties.
Je moet het wel kunnen, was er een. Dat klopt. Niet iedereen kan erover praten. Het hoeft ook niet altijd. Je maakt een afweging of het voor jou zinvol is om erover te praten. Ik hoop dat wie er over wil praten, een luisterend en begripvol oor treft. Want dat kan je in een depressiesituatie goed gebruiken.

Soms willen mensen er niks mee, kunnen er niks mee of voelen zich onhandig, schreef iemand anders. Herkenbaar. Natuurlijk praten we liever over de fijne dingen van het leven. De (klein)kinderen, de vakantie, het lekkere zomerweer. Helaas is het leven niet alleen maar leuk en hebben veel mensen het moeilijk. Door een depressie of door een ander onderwerp. Het hoort erbij. Als ook deze dingen deel uit mogen maken van het leven en er naar de verhalen geluisterd wordt, kan er begrip ontstaan en wordt het leed mogelijk wat verlicht.

Wat bereik je met het delen van jouw ervaringen over depressie? Leidt het tot meer of minder begrip? vroeg iemand. In het geval van onbegrip maakt het de situatie alleen maar erger voor de toch al depressieve persoon. Het blijft zo lastig om je in te leven in de situatie van iemand anders. Vaak hoor ik zelf ook: ach, even je schouders eronder en het is over. Of: ga even lekker in het bos wandelen, dat helpt bij mij ook altijd enz. Het is goed bedoeld, maar geen oplossing. Dat is ook niet nodig. Luisteren kan voldoende zijn. Het verhaal kwijt kunnen.

Al jarenlang zet ik mij met mijn uitgeverij in om moeilijk bespreekbare thema’s zoals depressie of verslaving aan de orde te laten komen. Ik geef fijne boeken uit, die ook over ingewikkelde onderwerpen mogen gaan. Ik ga mij daar nu ook heel nadrukkelijk persoonlijk op richten. In een goed gesprek met Linda Graanoogst werd me duidelijk dat het belangrijk is. Voor mij persoonlijk en voor mijn omgeving. Omdat ik denk dat de wereld er beter van wordt als we begrip hebben voor elkaars ‘zwakkere’ punten, die ineens ook heel veel positiefs in zich kunnen hebben. Omdat iedereen er mag zijn. Hoe dan ook.

Toch?
Wordt vervolgd!

7. Heb je een depressie? Sttt, niet over praten

Wat vooraf ging

HEDEN
Op mijn 25e werd voor het eerst een depressie bij me vastgesteld door mijn huisarts. Het is een ziekte, zei hij, het heeft een naam en er is iets aan te doen. Dat vond ik alle drie heel geruststellend. Natuurlijk had ik wel eens van een depressie gehoord, maar in mijn omgeving was er niemand depressief. Voor zover ik wist dan.

Ik vertelde het aan mijn leidinggevende op mijn werk, een overheids-ingenieursbureau. Als ik jou was, zei hij, zou ik er niet zo open over zijn. Daarmee kan je in de problemen komen.
Hoezo dan? vroeg ik.
Tegen mij geeft het niet dat je het verteld, maar anderen kunnen je er op afrekenen. Wees er heel voorzichtig mee.
Doe ik mijn werk niet goed dan? Merk je iets aan mijn werkkwaliteiten?
Niks, zei hij. Je doet het perfect. Zelfs dat je depressief was, heb ik niet aan je gemerkt.


Ik heb hem bedankt voor zijn advies. En misschien juist daardoor heb ik het iedereen verteld. En dat doe ik nog altijd. Want de depressie is niet meer weggegaan. Niet meer helemaal. Sinds die tijd gaat het op en neer. Tijden goed, en dan weer veel slechter. Een postnataal-depressieachtig-iets na de geboorte van jongste zoon was aanleiding voor de bedrijfsarts om me creatieve therapie te adviseren. Daar is uiteindelijk mijn uitgeverij, de Droomvallei uit geboren. 

Ik doorbreek graag taboes. Daarom vertel ik mijn verhaal over depressie en autisme. Waarom zou je niet mogen praten over alle aspecten van het leven? Ook over de wat minder leuke kanten ervan? Waarom is praten en klagen over een gebroken been geaccepteerd, maar is het not done om over een depressie te praten? Wie help je daarmee? Ik heb zelf gemerkt dat het gewaardeerd wordt om erover te praten. Het zorgt voor meer begrip van wat een depressie inhoudt en welke gevolgen het heeft. Ik hoop dat alle leidinggevenden en collega’s van mensen met een depressie er voor hen kunnen zijn. En andersom.

Vandaag heeft Jerry mij voor zijn prachtige project op de foto gezet. De foto volgt nog. Het is voor mij een bijzondere dag. Een soort verjaardag. Een jaar geleden werd de crisisdienst gebeld. Niet veel later werd ik opgenomen ivm ernstige depressie. Na een jaar vol therapie en medicijnen gaat het een stuk beter maar het blijft hard werken.

Op de liefde. En op het begrip voor elkaar. 

Hoe het verder gaat 

Ik ben Esther van der Ham. Vanaf mijn 25e heb ik regelmatig een depressie en op mijn 45e kreeg ik de diagnose autisme. Vaak vragen mensen aan mij hoe ik tot het schrijven en uitgeven ben gekomen en hoe ik het allemaal doe. In deze blogberichten lees je mijn verhaal over omgaan met depressie en autisme. Wil je dat ik ook voor jouw organisatie daarover kom vertellen of voor jouw organisatie een boek schrijf over het doorbreken van taboes?

Lees dan hier verder.