Hoe ontstaat een kinderboekillustratie?
Een kinderboekillustratie begint voor mij niet met netjes tekenen. Ze begint met luisteren: naar het verhaal, naar het personage en naar het kleine gevoel dat onder de scène ligt.

Bij mijn werk rond Uil en Muis helpen Egel speelt dat voortdurend mee. Uil en Muis leven in een wereld die zacht en kleurrijk is, maar niet leeg. Er zit vriendschap in, zorg, geduld en soms ook iets wat niet meteen wordt uitgesproken.
Een goede kinderboekillustratie is voor mij dus geen versiering bij de tekst. Ze vertelt mee.
1. Eerst komt het verhaal
Voordat ik aan lijnen, kleuren of details denk, kijk ik naar het verhaal. Wat gebeurt er in deze scène? Wat is belangrijk? Wat hoeft juist niet letterlijk getekend te worden?
Een illustratie hoeft de tekst niet na te praten. Als de tekst zegt dat Muis blij is, hoeft het beeld niet alleen een blije muis te tonen. Het beeld kan laten zien waarom ze blij is, bij wie ze staat, hoe dichtbij Uil is, wat er om hen heen gebeurt en welke sfeer de scène draagt.
Dat vind ik het mooie van kinderboeken: tekst en beeld kunnen samen een derde laag maken. De tekst vertelt één deel. Het beeld fluistert de rest.
2. Daarna komt het karakter
Bij dierenfiguren begint karakter vaak met houding en blik. Een uil kan wijs lijken, maar ook warm en voorzichtig. Een muis kan klein zijn, maar niet bang. Een egel kan zich terugtrekken, maar toch iets verlangen.
In mijn illustraties zoek ik naar precies dat punt: het moment waarop een dier niet alleen een dier is, maar een personage wordt. Een hoed, jas, blik, glimlach of kleine beweging kan daarbij veel doen. Het zijn kleine keuzes, maar ze bepalen of een figuur leeft.
Daarom werk ik graag met dieren in mijn illustraties. Ze maken gevoelens toegankelijk zonder dat het verhaal zwaar wordt.
3. De sfeer bepaalt de kleur
Kleur is nooit alleen maar mooi. Kleur vertelt mee. Warme tinten kunnen veiligheid geven. Paars en roze kunnen iets zachts en fantasierijks oproepen. Blauw kan rust brengen. Geel kan licht toevoegen.
Bij een kinderboekillustratie kijk ik daarom niet alleen naar wat “mooi bij elkaar past”, maar ook naar wat het beeld nodig heeft. Een scène waarin iemand troost vindt, vraagt iets anders dan een scène vol avontuur of beweging.
Mijn eigen stijl is kleurrijk, warm en verhalend, met veel dieren, natuur, bloemen, kleine details en zachte fantasie. Dat zie je ook terug in de wereld van Uil en Muis: vriendelijk aan de buitenkant, met een gevoelige laag eronder.
4. Schetsen zonder meteen netjes te willen zijn
Een illustratie ontstaat zelden in één keer goed. Eerst moet een beeld mogen zoeken. Waar staan de personages? Hoe dicht zitten ze bij elkaar? Kijken ze naar elkaar of juist naar iets buiten beeld? Is er rust nodig, of beweging?
In die fase moet het nog niet te netjes. Te vroeg netjes tekenen is soms alsof je een taart glazuurt terwijl hij nog niet gebakken is. Het ziet er even indrukwekkend uit, maar de binnenkant is nog niet klaar.
Daarom begin ik vaak met losse vormen, compositie, gevoel en houding. Pas daarna komen de details.
5. Details maken de wereld levend
Kleine details zijn belangrijk in mijn werk. Bloemen, streepjes, vacht, veertjes, knoopjes, bladeren, sterren of kleine patroontjes zorgen ervoor dat een illustratie een wereld wordt waar je even in kunt blijven kijken.
Maar details moeten wel iets toevoegen. Ze mogen het beeld rijker maken, niet rommeliger. Een detail kan karakter geven, sfeer versterken of een kind iets laten ontdekken bij de tweede of derde keer kijken.
Dat vind ik mooi aan kinderboekillustraties: kinderen kijken vaak aandachtig. Ze zien dingen die volwassenen voorbijlopen. Daar mag je als illustrator best iets voor verstoppen.
6. Beeld en tekst moeten samenwerken
Omdat ik zowel schrijf als illustreer, denk ik steeds aan de samenwerking tussen tekst en beeld. Staat er genoeg in de tekst? Mag het beeld iets overnemen? Moet een spread rustiger worden? Heeft de lezer houvast?
Zeker bij beginnende lezers is dat belangrijk. In een AVI-prentenboek moet de tekst eenvoudig blijven, maar het verhaal mag nog steeds rijk voelen. Beeld kan dan helpen om emotie, omgeving en betekenis te dragen.
Dat is ook wat ik belangrijk vind in mijn boeken: toegankelijkheid zonder vlakheid. Een kind mag oefenen met lezen, maar verdient nog steeds een verhaal dat klopt.
7. Digitaal afwerken voor boek en drukwerk
Veel van mijn werk begint met een handgemaakte basis: lijn, kleur, verf, ecoline, aquarelachtige lagen of een getekend gevoel. Daarna werk ik digitaal verder. Niet om het handgemaakte weg te poetsen, maar om het beeld geschikt te maken voor gebruik.
Voor boeken en drukwerk moet een illustratie helder zijn. Kleuren moeten kloppen, details moeten leesbaar blijven en het beeld moet technisch bruikbaar zijn. Daar komt mijn uitgeefervaring goed van pas.
Als auteur, illustrator en uitgever kijk ik niet alleen naar het losse plaatje. Ik kijk naar het hele boek: formaat, bladspiegel, leesrichting, drukwerk, doelgroep en sfeer.
8. Wat ik meeneem uit Uil en Muis
Bij Uil en Muis helpen Egel komen veel van mijn favoriete elementen samen: dieren, natuur, zachte fantasie, kleur en een verhaal met een diepere laag. Het boek gaat over helpen, maar niet over duwen. Over blijven, proberen en kleur brengen.
Juist dat vraagt om illustraties die vriendelijk zijn, maar niet leeg. Uil en Muis mogen lief zijn, maar ze moeten ook karakter hebben. Egel mag kwetsbaar zijn, maar niet zielig. De wereld mag zacht zijn, maar wel echt.
Voor mij is dat de kern van een goede kinderboekillustratie: een beeld dat kinderen uitnodigt om te kijken, en ondertussen iets vertelt wat misschien nog geen woorden heeft.
Over mijn manier van werken
Illustreren vanuit verhaal, beeld en boekervaring
Die manier van kijken — eerst voelen, dan tekenen — heb ik niet altijd gehad. Ik begon als technisch tekenaar: precisiewerk met inkt en computer op de MTS. Expressief tekenen ontdekte ik pas veel later, via creatieve therapie na de geboorte van mijn kinderen. Daar bleek dat ik kon tekenen op een manier die ik niet kende. Niet netjes en meetbaar, maar voelend.
Dat heeft alles veranderd. Sindsdien schrijf ik, illustreer ik en geef ik uit. In meer dan 15 jaar begeleidde ik ruim 400 boeken — van eerste idee tot publicatie. Die ervaring neem ik mee in mijn illustraties: ik kijk naar sfeer en kleur, maar ook naar leeservaring, doelgroep, drukwerk, verhaalritme en de plek van een beeld in het boek als geheel.
Ik ben Esther van der Ham: auteur, illustrator en eigenaar van Droomvallei Uitgeverij.
Ik denk in verhaal, scènes, personages en betekenis.
Mijn stijl is kleurrijk, warm, verhalend en herkenbaar.
Ik kijk ook naar vormgeving, drukwerk, doelgroep en publicatie.
Begeleid van idee tot redactie, vormgeving en zichtbaarheid.
Meer illustraties en boeken bekijken?
Bekijk mijn illustraties, ontdek mijn boeken of lees meer over het ontstaan van Uil en Muis helpen Egel.
