Hoe maak je een kinderboek? Van eerste idee tot geschilderde illustratie
Een kinderboek ontstaat niet in één keer. Voor een verhaal werkelijk een boek wordt, zijn er heel wat stappen nodig: schrijven, schetsen, tekenen, schilderen, vormgeven en steeds opnieuw kijken of tekst en beeld goed samenwerken.

Wie een kinderboek in handen heeft, ziet meestal alleen het eindresultaat. Een verhaal, mooie pagina’s, vrolijke personages en een omslag die alles bij elkaar houdt. Daardoor lijkt het soms alsof een kinderboek bijna vanzelf ontstaat.
In werkelijkheid gaat er een heel proces aan vooraf. Een proces vol potloodlijnen, verschoven figuren, geschrapte zinnen, vlekken waterverf en personages die soms hardnekkig de verkeerde kant op blijven kijken.
Voor mijn boeken over Uil en Muis maak ik zowel het verhaal als de illustraties zelf. Op deze pagina laat ik zien hoe één illustratie stap voor stap is ontstaan.
Stap 1: eerst komt het idee
Een kinderboek begint met een idee. Dat kan een gebeurtenis zijn, een gevoel, een personage of een eenvoudige vraag. Wat gebeurt er wanneer Uil en Muis op reis gaan? Wat komen ze onderweg tegen? En waarom blijven ze ineens bij een grote rots staan?
In deze eerste fase denk ik na over de hoofdlijn van het verhaal. Wie zijn de personages? Wat willen ze? Welk probleem komen ze tegen en hoe lossen ze dat samen op?
Voor jonge lezers moet een verhaal duidelijk zijn, maar dat betekent niet dat het eenvoudig of vlak hoeft te worden. Ook in een verhaal met korte zinnen kunnen spanning, humor, verwondering en vriendschap zitten.
Stap 2: het verhaal krijgt een vorm
Daarna verdeel ik het verhaal over de pagina’s. Bij een prentenboek is dat een belangrijke stap. Niet iedere gebeurtenis hoeft letterlijk in de tekst te staan. Een deel van het verhaal kan juist door de illustraties worden verteld.
Ik kijk daarom per spread wat de lezer leest en wat er in het beeld te zien is. Soms vertelt de tekst dat Muis iets hoort, terwijl je in de illustratie al een klein spoor kunt ontdekken. Zo worden tekst en beeld geen tweeling die precies hetzelfde zegt, maar een goed samenwerkend duo.
Bij een boek voor beginnende lezers let ik bovendien op de lengte van de zinnen, de woordkeuze en het leesniveau. De tekst moet toegankelijk zijn, zonder dat het verhaal zijn eigenheid verliest.
Stap 3: de eerste potloodschets
Wanneer duidelijk is wat er op een pagina moet gebeuren, maak ik een eerste schets. Die hoeft nog niet netjes te zijn. Ik zoek vooral naar de compositie: waar staat Uil, waar staat Muis en waar komt de grote rots?
Ook de houding van de personages wordt in deze fase bepaald. Muis buigt iets naar voren en steekt zijn pootje uit. Daardoor lijkt het alsof hij voorzichtig voelt, luistert of iets heeft ontdekt. Uil staat iets verder naar achteren tussen de planten. Zij kijkt mee, maar laat Muis het eerste onderzoek doen.
Een schets is de bouwtekening van de illustratie. De lijnen mogen nog zoeken. Een oor kan groter, een poot kan opschuiven en een rots kan zonder protest drie keer van vorm veranderen.
Stap 4: de schets wordt een lijntekening
Als de compositie klopt, werk ik de schets verder uit met zwarte pen. De losse potloodlijnen worden duidelijke vormen. De planten krijgen bladeren, de bloemen krijgen een plek en de kleding van Muis wordt preciezer getekend.
In deze fase kijk ik ook kritisch naar de hoeveelheid details. Een illustratie mag rijk zijn, maar het belangrijkste deel van de scène moet duidelijk blijven. Uil, Muis en de rots vormen het hart van de afbeelding. De planten en vlinders ondersteunen de sfeer, zonder de hoofdpersonen te verstoppen in een botanische jungle.
De nette lijntekening kan bovendien worden gebruikt als kleurplaat. Zo krijgt één illustratie soms meerdere functies binnen of rond een boek.
Stap 5: kleur aanbrengen met waterverf
Daarna komt de kleur. Voor mijn illustraties gebruik ik graag waterverf. Waterverf heeft iets zachts en levendigs. Je blijft de structuur van het papier zien en kleuren lopen niet overal precies hetzelfde. Kleine details vul ik in met stift.
Eerst schilder ik de grotere vlakken. Daarna voeg ik schaduw, kleine kleurverschillen en details toe. De jas van Muis wordt blauw, zijn laarsjes geel en zijn knapzak krijgt vrolijke banen. De hoed van Uil valt op door het warme geel en de witte bloemen.
Ook het landschap krijgt laag voor laag vorm. De rotsen blijven grijs, maar krijgen groene en bruine nuances. Daardoor lijken ze niet op drie keurige blokken beton, maar op stenen die al lang tussen het gras liggen.
Stap 6: de illustratie digitaal afwerken
Nadat de schildering klaar is, scan of fotografeer ik de illustratie. Vervolgens werk ik haar digitaal bij. Ik verwijder kleine vlekjes, corrigeer waar nodig de helderheid en controleer of de kleuren op het scherm nog overeenkomen met het origineel.
Soms verschuif ik een los element iets of maak ik een achtergrond rustiger. Digitale nabewerking betekent voor mij niet dat de handgemaakte tekening wordt vervangen. Het is de laatste poetsbeurt, vergelijkbaar met het verwijderen van een verdwaald kruimeltje voordat de foto wordt gemaakt.
De penseelstreken, kleine onregelmatigheden en structuur van het papier mogen zichtbaar blijven. Juist daarin zit de warmte van een handgemaakte illustratie.
Stap 7: tekst en illustraties samenbrengen
Wanneer de tekst en illustraties klaar zijn, worden ze samengebracht in de boekvormgeving. Dan wordt zichtbaar of een tekstblok goed op de pagina past en of er voldoende rust rond de illustratie blijft.
Soms blijkt een tekst toch te lang. Soms staat een personage precies op de plek waar de tekst moet komen. Dan begint het schuiven, schrappen en opnieuw kijken. Een boek maken is voor een deel kunst en voor een deel een zeer beschaafde stoelendans.
Ook het lettertype, de lettergrootte, de marges en de plaats van de paginanummers, indien van toepassing, moeten bij het boek passen. Bij een boek voor beginnende lezers is leesbaarheid extra belangrijk.
Stap 8: controleren, verbeteren en proefdrukken
Voordat een kinderboek naar de drukker gaat, wordt alles nog meerdere keren gecontroleerd. Klopt de tekst? Staan alle illustraties op de juiste pagina? Zijn de kleuren goed en loopt er nergens belangrijke informatie in de vouw?
Ook laat ik het verhaal proeflezen. Als je zelf lang aan een boek hebt gewerkt, lees je op een gegeven moment wat je denkt dat er staat. Een extra paar ogen ziet dan ineens een ontbrekend woord dat zich al weken bijzonder onschuldig houdt.
Bij de proefdruk controleer ik ten slotte hoe het boek er op papier uitziet. Kleuren kunnen gedrukt anders overkomen dan op een beeldscherm. Pas wanneer tekst, beeld en vormgeving goed samenwerken, is het boek werkelijk klaar.
Een kinderboek is teamwork, ook wanneer je veel zelf doet
Voor Uil en muis op reis schrijf en illustreer ik het boek zelf. Toch zijn er ook andere mensen nodig. Denk aan proeflezers, redacteuren, vormgevers, drukkers en mensen die controleren of het leesniveau klopt.
Een kinderboek is daarom nooit alleen een stapel tekeningen met wat tekst ertussen. Het is een samenspel van verhaal, taal, illustratie, techniek en vormgeving.
En alles begint met iets heel kleins: een idee, een leeg vel papier en één eerste lijn die nog niet hoeft te weten waar hij eindigt.
Over Uil en muis op reis
Uil en muis op reis is een nieuw AVI-E3-prentenboek met handgemaakte illustraties. Uil en Muis verlaten hun vertrouwde omgeving en gaan samen op pad. Onderweg horen ze een vreemd geluid en ontmoeten ze verschillende dieren.
Het boek is geschreven voor kinderen die zelf leren lezen, maar ook om samen voor te lezen. De zinnen zijn kort en toegankelijk, terwijl de illustraties een grotere wereld rond het verhaal laten ontstaan.
Want een kind dat nog maar een paar regels kan lezen, kan ondertussen al een heel landschap ontdekken.
Meer over Uil en Muis bekijken?
Uil en muis op reis sluit aan bij Uil en muis helpen egel, maar vertelt een nieuw avontuur. Op deze website deel ik meer over het verhaal, de illustraties en het ontstaan van mijn kinderboeken.
Je kunt ook verder kijken bij mijn andere kinderboeken, illustraties en ateliernotities.
