De kosten van een depressie

Het praten over een depressie is en blijft lastig. Het niet kunnen, durven of mogen uiten zorgt m.i. voor ‘maatschappelijke zwijgkosten’: extra zorgkosten die optreden doordat praten over een psychische aandoening taboe is en er (te) laat wordt ingegrepen. Wat zijn de kosten voor de maatschappij als mensen met een depressie of autisme niet of nauwelijks deel kunnen nemen aan die maatschappij? Als ze te maken krijgen met een vooroordeel of stigma, in een hoek worden gezeten zich nog slechter voelen? Als ze zich niet erkend en buitengesloten voelen?

In november 2017 ben ik opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis in verband met een ernstige depressie. Ik wilde voor het leven kiezen, maar wist niet hoe. De wereld was beter af zonder mij, was mijn stellige overtuiging. Een klein vonkje in mij sputterde tegen en zorgde ervoor dat ik er contact werd opgenomen met de crisisdienst. Een opname van bijna drie weken volgde. Ik durfde de post van de ziektekostenverzekering een tijdje niet open te maken. Ik was heel blij met de hulp die ik kreeg, maar voelde me zwaar schuldig over de hoge kosten daarvan.

Op de site van het ministerie van volksgezondheid staat een lijst met zorgkosten. De behandeling van een depressie staat op nummer negen in 2011. Psychische stoornissen vormden in 2011 met 19,6 miljard euro (21,9% van de totale kosten) de duurste diagnosegroep (ICD-9-hoofdgroep). In 2016 zijn die kosten nog meer toegenomen.

In 1997 werd bij mij voor het eerst een depressie vastgesteld. Ik was onder behandeling bij het toenmalige RIAGG en kreeg medicijnen voorgeschreven. Ik was er redelijk open over en kreeg veel adviezen. Zoals:
Niet over praten, dan kom je zwak over. Mensen gaan je daarop afrekenen.
Het valt wel mee, stel je niet zo aan.
We hebben allemaal wel eens wat.
Je vlakt af door de medicijnen, dus je kan er beter zo snel mogelijk mee stoppen.

Voor de buitenwereld was ik meestal blij en vrolijk, want dat werd van me verwacht. Van binnen stierf ik langzaam af.

Uiteraard zijn deze adviezen met de beste bedoelingen uitgesproken. Inderdaad, ‘men’ zal wel gelijk hebben, dacht ik. Schouders eronder en aanpakken die hap. Zo snel mogelijk van de medicijnen af, niet klagen en doorgaan. Dat deed ik. Meer dan twintig jaar. Totdat ik echt niet meer kon en een opname nodig was.

Soms denk ik wel eens: wat als. Had ik de escalatie van een jaar geleden kunnen voorkomen? En hoe dan? Wat had mij kunnen helpen? De jaren tussen de eerste diagnose en crisisopname zijn een voortdurende zoektocht geweest om het leven te kunnen begrijpen. Ik heb alles geprobeerd om van de depressie af te komen: therapie, dieet, bewegen … noem het maar op en ik heb het gedaan. Ik sprak erover met mijn omgeving, als ik dat kon, en minimaal. Want het was een lastig onderwerp. En dat is het nog. Een taboe.

Het verleden is niet meer aan te passen. De toekomst wel. Een depressie hebben valt niet ‘wel mee’.  Het is heftig en ingrijpend. Het houdt je dag en nacht in de greep en er is bijna niet aan te ontsnappen. Hoe fijn zou het zijn als mensen wat beter kunnen begrijpen wat er in iemand met een depressie omgaat? In 2016 waren er 1 miljoen mensen met een depressie. Ja, zo veel. Daarom wordt het tijd om het taboe te doorbreken en te praten over wat het betekent om depressief te zijn. Omdat meer begrip voor elkaar de wereld mooier en beter maakt. Depressie is een ziekte die te behandelen is, maar niet als er niet over gesproken mag worden of als vooroordelen de toon van het gesprek blijven bepalen. Daar ga ik me voor inzetten als spreker en auteur. Voor een mooiere wereld voor mezelf en al die andere mensen die het nodig hebben.

En als bijkomend voordeel kunnen de zorgkosten zomaar af gaan nemen als mensen die een depressie hebben zich eerder durven te uiten en goed laten behandelen. Daar wordt iedereen beter van. Met mijn uitgeverij zet ik me al langer in om ingewikkelde onderwerpen bespreekbaar te maken. Persoonlijk ga ik daar mee door. 

Foto: Chantal Monsieurs Koremans

10. Verhalen

HEDEN

wat vooraf ging

Als kind vertelde ik veel verhalen, bijvoorbeeld aan mijn zussen en broer. Ik was ‘leiding’ bij de kindervakantieactiviteiten in ons dorp, waar ik een voorkeur had voor de groepen met de jongste kinderen. Met hen verzon ik de leukste spelletjes en ze hingen aan mijn lippen als ik een verhaal vertelde over een konijn dat we net over het zand zagen springen.

Ik had nooit gedacht dat ik auteur en uitgever zou worden toen ik op school zat.  De slogan ‘een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’ kende ik uit mijn hoofd en paste ik toe. Ik studeerde, maakte mij de techniek eigen met de bijbehorende denkwijze. Het paste bij mij. Ik kon het volgen. Het was duidelijk. In de wiskunde is slechts één oplossing mogelijk, er is één uitkomst. Dat snapte ik. Als ik er op terugkijk, snap ik dat dat samenhangt met mijn autisme. Daar had ik toen nog geen idee van. Misschien maar goed ook.

Keuzes

Ik heb geen spijt van de keuzes die ik heb gemaakt in mijn leven. Ik heb veel gehad aan mijn studies aan de MTS, HTS en later de TU. Ik heb erg leuke banen gehad, zowel de acht jaar weekend- en vakantiewerk in een bejaardenhuis als de jaren bij de Bouwdienst Rijkswaterstaat en later bij Avans Hogeschool. Ik had leuk en uitdagend werk, stond voor groepen van 150 studenten, zette met mijn collega’s een onderzoekscentrum op het gebied van Duurzaamheid op en startte mijn uitgeverij, De Droomvallei, waarop ik ongelooflijk trots ben. Ik geef fijne boeken uit, ook over ingewikkelde onderwerpen. Ik maak taboes bespreekbaar. En binnenkort komt mijn vierde boek uit, Censuur.
Ik ben blij.

Esther van der Ham Censuur
Esther van der Ham Censuur

9. Naar de HTS? Dat haal je niet.

Wat vooraf ging

De coördinator van het examenjaar valt van verbazing van zijn stoel.
‘Waarom wil jij naar de HTS, Eefje, wat heb je daar te zoeken?’
Eefje zucht. Alweer die twijfel over haar kunnen. Ongelooflijk.
‘Waarom niet? Ik ben slim genoeg en vind mezelf te jong om al te gaan werken. Bovendien spreekt het werk dat ik kan doen met een HTS diploma me meer aan.’

‘Hoe zit het met jouw cijfers voor wis- en natuurkunde. Die zijn vast niet hoog genoeg.’ De docent blijft twijfelen.
‘Het zijn mijn beste vakken. Voor natuurkunde kreeg ik vaak een 10- voor mijn proefwerken omdat ik alles goed had.’
‘Zullen we wedden dat het je niet lukt? Als jij voor wis- en natuurkunde minimaal een acht haalt op je eindlijst, krijg je van mij 50 gulden.’
Eefje is er even stil van. Vijftig gulden. Dat is een hoop geld. Ze werkt inmiddels in het weekend en vakanties in de eetzaal en afwaskeuken van een bejaardenhuis. Ze kan zich haar eerste salaris nog goed herinneren: 20 gulden en negen cent voor acht uur keihard werken. Wat denkt die man wel niet? Dat zij het niet kan halen? Dat zullen we nog wel eens zien. Al die mensen die niet in haar geloven, hoe bestaat het.

Ze kiest het pakket dat toegang geeft tot de HTS. En in juni 1992 ontvangt ze haar diploma. En 50 gulden.

Ik ben Esther van der Ham. Vanaf mijn 25e heb ik regelmatig een depressie en op mijn 45e kreeg ik de diagnose autisme. Vaak vragen mensen aan mij hoe ik tot het schrijven en uitgeven ben gekomen en hoe ik het allemaal doe. In deze blogberichten lees je mijn verhaal over omgaan met depressie en autisme. Wil je dat ik ook voor jouw organisatie daarover kom vertellen of voor jouw organisatie een boek schrijf over het doorbreken van taboes?

Lees dan hier verder.

Stukjes van mezelf in mijn boeken

Dé kleurrijke schrijfcoach Jolanda Pikkaart vroeg om eens na te denken over de vraag welk stuk van mezelf in mijn boeken zit. Hoe ben ik als auteur?
Goede vraag. Hier een antwoord.

Mijn eerste roman Controle! schreef ik in 2016.  In ieder boek dat ik schrijf, ligt een stuk van mezelf. Het gaat over wat ik belangrijk vind, wat mij bezig houd, over mijn dromen en nachtmerries. 

Net nadat mijn tweede boek Contact uitkwam, werd ik opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis ivm een ernstige depressie. Kort voor mijn opname werd ik geïnterviewd door Mijn Geheim. Daarin werd ook vermeld dat het boek Contact over een depressie gaat. 

De hoofdpersoon van dat boek, Emma, is depressief. Ze zit in de gevangenis en heeft vrijwel geen contact meer met de buitenwereld. Ik beschrijf in het boek hoe zij zich voelt en wat ze ervaart. Zo fijn, zeggen lezers, door de manier van schrijven kunnen ze zich beter voorstellen wat het betekent om depressief te zijn. Daardoor krijgen ze er mee begrip voor. Snappen ze het beter. Weten waarom een depressief iemand zich op een bepaalde manier gedraagt. Niet omdat ze niet anders willen, maar omdat ze dat echt niet kunnen. Heftig. Jazeker. Door het lezen van het boek snap je iets beter hoe het voelt om depressief te zijn. Deprimerend, zegt een lezer. Zeker. dat is zo. Maar het maakt onderdeel uit van het leven en mag genoemd en benoemd worden.

In mijn derde boek Confrontatie speelt de relatie tussen kinderen en ouders een rol. Wat doe je als je zoon of dochter een heel andere weg kiest dan die jij voor hem of haar voor ogen hebt. Wanneer grijp je wel in, wanneer niet? Wat zou je zelf doen? 

Het deel vier in de C-serie, Censuur, draait om een journaliste die vindt dat de waarheid verteld moet worden. Daarin gaat ze ver, heel ver. Het roept de vraag op hoe ver je zelf zou willen gaan voor de waarheid. Ik heb een hekel aan leugens en liegen. Ik ben heel trouw, maar als ik me bedrogen voel, zal ik dat laten weten. Ik ga dus behoorlijk ver voor de waarheid. Ik wil graag open en eerlijk zijn over wat er speelt bij mij en mijn omgeving, zodat anderen er weer iets aan hebben. Ik schaam me daar niet voor. In tegendeel. Ik denk dat de wereld er mooier en beter van wordt om er open over te zijn.

Daarom schrijf ik.
Daarom heb ik Droomvallei Uitgeverij opgericht.

Veel schrijf- en leesplezier!
Esther van der Ham

Censuur - Esther van der Ham
Censuur – Esther van der Ham

Interview op ZE over autisme

Een paar dagen geleden kreeg ik een interview-verzoek van journaliste Laura voor de website ZE. Of ze me wat vragen mocht stellen over autisme. Ik zei natuurlijk ja, omdat ik het belangrijk vind dat er over gepraat mag worden.

In het interview heb ik gezegd dat er veel vormen van autisme zijn. Ik baseer me bij mijn antwoorden uiteraard op wat ik ervan weet en hoe het voor mij (en mijn omgeving is). Sommige dingen zijn voor iedereen hetzelfde, maar ik zie zelfs bij ons thuis verschillen.

Grappig was het. Door de vragen die ze stelde, ga ik er zelf ook weer dieper over nadenken. Wat voor mij de gevolgen zijn van autisme bijvoorbeeld, ik schreef er al eens over. De nadelen, maar zeker ook de voordelen. Juist omdat ze doorvroeg, om mijn antwoorden zo duidelijk mogelijk te krijgen, kwamen nieuwe inzichten. Wat ik altijd lastig had gevonden. Welke aanpassingen ik al had gedaan. Wat er nog moest gebeuren.

Ze vroeg ook naar mijn kindertijd, waaraan ik merkte dat ik anders was. Ik wist dat toen niet, dat besef kwam pas achteraf. Ik vond mezelf heel normaal. En eigenlijk is dat nog zo. Ik zie dat ook aan mijn eigen kinderen, die niet altijd begrepen worden en daardoor in lastige situaties terechtkomen, bijvoorbeeld als ze door stress heel erg druk worden. Door uit te leggen hoe het komt, zowel aan henzelf als aan hun omgeving, komt er meer begrip en duidelijkheid.

Het blijft lastig. Nee zeggen op een uitnodiging voor een feestje of boekpresentatie. Kiezen voor een rustig weekend in plaats van de hort op. Maar ik merk wel dat het beter is voor mij en mijn gezin. Dus is het goed.

Want er is niks mis met autisme. Je kijkt alleen anders tegen de wereld aan.

Lees hier het interview.

 

Hoe kom jij uit je dip?

Via Facebook kreeg ik een bijzondere vraag. Ik heb zo veel bewondering voor jou, stond er, dat jij nog zo veel voor mekaar krijgt terwijl je depressief bent en hard moet werken om beter te worden. Hoe doe je dat. Tja. Zie punt 1.

Ik vind het een goede en belangrijke vraag om over na te denken. Als ik naar mezelf kijk doe ik veel dingen onbewust. Dat is goed, maar het kan beter. In de gesprekken met de psycholoog word ik me steeds bewuster van wat wel of niet handig is in een bepaalde situatie.

Let op: wat voor mij werkt, hoeft zeker niet voor jou te helpen. Ga dus ook zelf op onderzoek uit.

Ten eerste: neem signalen serieus.

Inderdaad is het knap van mij dat ik onder alle omstandigheden door blijf werken. Misschien wel té knap. Ik stop pas als ik echt niet meer kan. Voor mij is het heel belangrijk om (op tijd) de signalen van mijn lichaam te herkennen en accepteren. Liever nog om een totale instorting voor te zijn en eerder te stoppen. Niet te denken, ach, dat doe ik nog wel even. Nee, de tekenen zijn duidelijk (hoofdpijn, moe enz): de rem erop.

Twee: vraag hulp.

Niet alles is alleen op te lossen. Ga naar je huisarts, praat erover, vraag wat je moet doen om uit de negatieve spiraal te komen. Accepteer dat hulp soms fijn kan zijn, al is het maar om andere gezichtspunten naar voren te brengen. En ja, ook de vraag aan mij stellen ‘wat doe jij om uit een dip te komen’ is een heel goede eerste stap!

Drie: haalbare doelen.

Ik heb echt dagen dat ik mijn bed niet uit wil. Voor mij is dat heel bijzonder. Ik was altijd voor de wekker wakker en stond te popelen om aan de dag te beginnen. De afgelopen twee jaar was dat echt anders. En nog kost het me vaak veel moeite. Ik stel per dag een beperkt aantal doelen voor mezelf. Een stuk schrijven aan mijn nieuwe boek Censuur, een boek aanmelden bij het centraal boekhuis enz. Vaak als ik eenmaal aan de gang ben, lukt het wel. Dan moet ik weer terug naar punt 1 ;).

Vier: niet te streng zijn voor jezelf.

Stel haalbare doelen. Geef af en toe jezelf even tijd en ruimte om te herstellen. Probeer iets te vinden waardoor je ontspant: een dagje Netflixen of wandelen in het bos. Foto’s maken of lekker lezen. Iets waar jij weer rustig van wordt. Indien nodig: herhaal.

Vijf: nut en noodzaak van slaap

Ik sliep bijna niet meer. Per nacht was ik minstens tien keer wakker. Elke keer duurde het tijden voordat ik piekerend weer in slaap viel. Daardoor kwam ik in een negatieve spiraal terecht. Ik raakte uitgeput. Een van de dingen waar bij mijn opname in het psychiatrisch ziekenhuis is gewerkt, is het verbeteren van de nachtrust door meer ontspanning en (niet verslavende) medicijnen. Inmiddels heb ik die (omwille van de bijwerkingen) weer afgebouwd. Ik houd het bij melatoninetabletjes die ervoor zorgen dat ik goed slaap.

Laatste tip: geef het de tijd.

Een dip ontstaat niet zo maar. Het duurt vaak even voordat je er vanaf bent. Er komt heel wat bij kijken. Zelf heb ik regelmatig last van een terugval. Ik kijk dan waardoor het komt en pas iets aan.

Wat is jouw gouden tip om uit een (langdurige) dip te komen?

Hoe schrijf ik een boek?

Esther van der Ham, foto door Chantal Monsieurs

Hoi Esther,
Misschien ken je me nog.
Ik ga een boek schrijven.
Kan je me tips geven?
Alvast bedankt.
Groetjes!

Deze e-mail kreeg ik een tijdje geleden binnen. Uiteraard heb ik antwoord gegeven.
Hier vijf tips voor het schrijven van een kinderboek.

Tip 1: het thema van het boek.

Meestal als je een boek gaat schrijven, doe je dat met een idee. Je wilt een verhaal vertellen met een thema, bijvoorbeeld iets dat speelt in je omgeving. Bij mij werkt dat tenminste wel vaak zo. Wil je een sprookje schrijven, een fantasieverhaal of een roman? Verdiep je in de specialistische kenmerken van die genres en beginnen maar.

Tip 2: wie zijn de hoofdpersonen?

Meestal begin ik daarna met het bedenken van de hoofdpersonen. Wie zijn het, hoe oud, waar wonen ze, wat is hun familie, lievelingseten enz. Zo veel mogelijk daarover opschrijven. Dat is nog niet voor het boek, maar kleine dingen daaruit kan je later weer gebruiken. Zorg dat je altijd een briefje naast je hebt liggen met de beschrijvingen van de belangrijkste kenmerken van je hoofdpersonen. Die komen namelijk vaker voor in een boek en het is wel handig om iemand steeds dezelfde kleur ogen te laten hebben.

Tip 3: denk na over de hoofdstukindeling.

Daarna maak ik een indeling in hoofdstukken. Wat gebeurt er in elk hoofdstuk? Welk probleem gaan ze oplossen? Welk gevaar lopen de hoofdpersonen of hun omgeving/dierbaren? Als ik een hoofdstukindeling maak, weet ik globaal hoe mijn verhaal gaat lopen. Ik weet wat ik wil vertellen en zorg daardoor dat het ook lukt. Gebruik het niet te star. Natuurlijk mag je iets anders verzinnen dan je gepland had, als dat nodig is voor je verhaal.

Tip 4: voor wie schrijf je het boek?

Belangrijk is ook voor wie je het verhaal gaat schrijven. Een boek voor kleuters is anders dan een boek voor twaalf-jarigen, bv voor wat betreft de zinsopbouw en voor wat betreft de onderwerpen die aan de orde kunnen komen. Voor basisschoolkinderen kan een AVI-indeling handig zijn. Het schrijven van een dergelijk boek vereist wel wat vaardigheden en puzzelwerk, omdat er eisen bijvoorbeeld worden gesteld aan het aantal woorden in een zin en het aantal lettergrepen dat een woord mag hebben. Zelf vind ik het wel heel leuk om te doen.

Tip 5: probleem niet te snel oplossen.

Kinderen houden van spannende boeken. Los het probleem van de hoofdpersoon niet te snel op. Nee, erger nog: elke keer als het opgelost lijkt, gebeurt er weer iets wat de situatie nog vervelender maakt.

Zelf heb ik inmiddels met veel plezier meer dan 20 kinderboeken geschreven. Ik ben bezig aan mijn vijfde en zesde roman. Meer tips zijn te vinden in de boekplanner die ik samen met Jolanda Pikkaart heb gemaakt.

Ik wens jou veel schrijfplezier toe!

Vijf tips voor het schrijven van een boek

Ik geloof.

In juli kreeg ik de diagnose autisme. Daarmee werd het vermoeden van een jaar eerder bevestigd. Ik verhuisde van de afdeling Angst en Stemming naar die van autisme om de behandeling van mijn depressie voort te zetten. Ik leerde nog meer over mezelf dan ik al wist. Bij mijn kinderen zag ik al dat autisme veel mooie kanten heeft, buiten de wat meer bekende vervelende ‘bijwerkingen’. Ik besloot van mijn ‘zwakte’ mijn sterkte te maken.
Ik geloof.
Ik geloof dat ik dat kan en daarmee een positieve bijdrage aan de wereld geef.

Dit jaar geen reis naar vluchtelingenkampen, zoals de afgelopen jaren. Dat betekent niet dat ik niets heb gedaan voor de mensen die het zo moeilijk hebben. Ik ondersteunde de reis van mijn medeauteur van de Jamil & Jamila serie Elsbeth de Jager bij haar reis naar Lesbos, zowel mentaal als met boeken. Ik verzorgde lezingen over dit onderwerp.
Ik geloof.
Ik geloof dat het belangrijk is voor elkaar te zorgen. Wie dan ook. Waar dan ook. Omdat ik denk dat de wereld daar beter van wordt.

Er verschenen diverse boeken van mijn hand, zoals confrontatie en de pinguïns in Afrika. Ik schreef een verhaal in de Waddenbundel Paal 15. Ik rondde mijn vierde boek af, Censuur, en ontving enthousiaste reacties.

http://esthervanderham.nl/censuur-hoe-ver-ga-jij-voor-de-waarheid/

Ons huishouden werd groter. Drie kuikens kwamen bij ons wonen, die al snel uitgroeiden tot grote, meestal lieve en aanhankelijke hanen. Zacht tokkend komen ze me overal achterna in huis, vliegen op mijn schouder en pikken in mijn haar.
Ik geloof.
Ik geloof dat het belangrijk is om de kleine lichtpuntjes te blijven zien, hoe donker de dag ook mag zijn. Tot nu toe is dat mijn redding geweest.

Ik geloof. Niet zo zeer in de instituten waaraan dat zo vaak wordt gekoppeld. Vanavond gaan we naar de nachtmis, omdat ik daar een aantal zaken van mijn geloof terugvind. De kern is hetzelfde, geloof ik. De uitvoering anders.
Ik geloof.
Ik geloof in mezelf. In de liefde. In jou.

Ik wens iedereen heel fijne feestdagen toe. Hier mijn lichtpuntje voor jou.

Huisregels: we have a problem.

‘Hebben jullie huisregels?’ vraagt mijn psycholoog, die mij ondersteunt in het omgaan met mijn depressie en autisme. 
Ik heb een flinke terugval in mijn depressie. Bij mij therapiesessie bespreek ik met hem hoe dat komt en wat ik eraan doe om de terugval tot stilstand te brengen. Want helaas, dat gaat niet vanzelf. Ik heb mijn crisissignaleringsplan wat me in dit geval kan helpen. Per fase, 0 tot en met 4, is beschreven hoe ik me voel, hoe ik dat zo kan houden en wat de signalen zijn dat het minder goed gaat. De alarmbellen gingen luid af, zeg maar.

De rem erop

Het is heel druk geweest. Veel regelwerk voor de jongens, die het pittig hebben op school. De school doet erg hun best om rekening te houden met hun autisme, maar de praktijk is weerbarstig. Zo kreeg jongste een ruimte toegewezen omdat hij zijn brood liefst rustig op wilde eten in plaats van in de megadrukke kantine, maar was het een hele stap om daar ook gebruik van durven te maken. Uiteindelijk is het gelukt, gelukkig ook voor hem. Nu eet hij weer op school, want dat durfde hij niet. Dit is één voorbeeld, zo zou ik er nog veel meer kunnen noemen. Heftigere voorbeelden ook.
Ik was druk bezig met het regelen van extra ondersteuning, mijn vierde boek is eindelijk af (hoera!), sinterklaas, verjaardagen, ik maakte ‘even’ een gratis boekje met verhalen van de Droomvallei-auteurs,  je kent het wel. Een terugval dus. De rem moest erop. Ik zei afspraken af (balen) en bekeek mijn planning en hoe vol die zat. Het was best druk. 

‘Eventjes’

Ik ben heel snel in dingen. Dat is een voordeel en een nadeel tegelijk. Het is fijn als een taak snel is afgerond, maar niet als het ten koste gaat van jezelf. Dat moet ik mij bij alles wat ik doe realiseren. 
– Is het nodig dat ik dit doe?
– Moet het nu of kan het ook op een ander moment?
– Moet ik het zelf doen of kan iemand anders het voor me doen?
– Is het mijn taak of neem ik de taak van iemand anders over?
Bij alles moet ik hierover nadenken, want als ik dat niet doe, ben ik al aan de taak begonnen. Vuile spullen heb ik sneller in de was gegooid dan een ander er (tien keer) op aanspreken dat de keukenvloer geen goede plek is voor de vuile gymkleren, dat glazen in de vaaswasser horen en dat de schooltas op de drempel van de voordeur geen goede plaats is. En ga zo maar door, alle ouders zullen het wel herkennen. Leg de verantwoordelijkheid daar waar hij hoort. Lastig bij kinderen, lastig bij pubers, lastig bij autistische pubers. 

Huisregels

Terug naar de vraag van de psycholoog. Zeker hebben wij huisregels. Hij vroeg me om ze weer eens op te schrijven. Ook wilde hij graag dat de jongens aangaven hoe ze de regels zouden willen hebben (niet om ze automatisch toe te passen, meer ter bespreking/gespreksvoering). Natuurlijk hebben we die. Ik zette ze op papier en vroeg of ze aan wilde geven wat ze van elk van deze regels vonden door het zetten van een krul of kruisje. Vandaag zag ik het resultaat. Er schoot één ding door me heen: Houston, we have a problem. 

huisregels
huisregels

Hoe doen jullie dat eigenlijk? Hebben jullie huisregels en hoe handhaaf je die?  Ik lees het graag.

8. Stage op het vliegveld

Wat vooraf ging

Gehaast pakt Eefje haar fiets uit de schuur. Het is al laat en ze moet een heel eind fietsen naar haar stageplaats. Een jaar lang is ze op en neer gereden, elke dag meer dan 20 kilometer, voor haar stage op een militair vliegveld. De eerste kennismaking met de mannenwereld. Het is haar meegevallen.

‘Wil je voor de laatste keer een kopje thee?’ De keetjuffrouw komt het kantoortje binnen dat ze deelt met één van de directieleden bij de aanleg van nieuwe start- en landingsbanen. Het afgelopen jaar heeft ze mee toezicht gehouden op de werkzaamheden van de aannemer, maar af en toe mocht ze ook met de aannemer mee om het werk van die kant te bekijken.  De bouwkeet staat naast de startbaan, waar de straaljagers met veel herrie af en aan vliegen.

‘Het was een leuke tijd,’ zegt Eefje. ‘Ik ga jullie wel missen.’
‘Wij jou ook. Straks ben ik weer de enige vrouw hier.’
Eefje denkt terug aan wat ze allemaal heeft beleefd. Het afgelopen jaar is intensief geweest. Normaal gesproken moet op twee plekken stage worden gelopen, maar het werk was zo veelzijdig dat Eefje een heel jaar mocht blijven. Alle facetten van de weg- en waterbouw kwamen langs, van de aanleg van wegen, straatwerk, rioleringen tot asfalt en zelfs bouwkunde.

Opgeblazen plotter

Ze heeft op de tekenkamer gewerkt. De machine die de tekeningen plot opgeblazen door te veel opdrachten tegelijk te verstrekken, waarna de aanliggende kamers moesten worden ontruimd door de ammoniaklucht. 
Kilometers afgelegd op de landingsbanen van het vliegveld om de scheurvorming op te meten en in kaart te brengen.
Geoefend met rijden op de zandpaden van het vliegveld, wat geen doorslaand succes was. Dat gold ook voor het brommer rijden. Ze bleef die gashendel maar de verkeerde kant opdraaien, waardoor ze veel harder ging in plaats van zachter. Geef haar maar haar fiets. Die kent ze en die brengt haar overal waar ze wil zijn.

Hoofdpijn

Vaak had ze hoofdpijn. Daar liet ze zich niet door kennen. Gewoon doorgaan. Soms een pilletje als het te erg werd. Niet zeuren maar doorgaan. Dat heeft ze geleerd. En dat zal ze doen. Ook straks, in het examenjaar. Daar ziet ze best tegenop. Ze heeft het zwaarste pakket gekozen als voorbereiding op de HTS. Een andere klas, straks een nieuwe school in een andere stad. Reizen dus … maar eerst dat diploma nog ‘even’ halen.

Hoe het verder gaat.

Ik ben Esther van der Ham. Vanaf mijn 25e heb ik regelmatig een depressie en op mijn 45e kreeg ik de diagnose autisme. Vaak vragen mensen aan mij hoe ik tot het schrijven en uitgeven ben gekomen en hoe ik het allemaal doe. In deze blogberichten lees je mijn verhaal over omgaan met depressie en autisme. Wil je dat ik ook voor jouw organisatie daarover kom vertellen of voor jouw organisatie een boek schrijf over het doorbreken van taboes?

Lees dan hier verder.

 

Presentatie centrum voor autisme

Afgelopen maandag (19 november 2018) moest ik bij mijn cursus voor het centrum voor autisme een presentatie houden wat ik de afgelopen tijd had geleerd over mijzelf in combinatie met de diagnose autisme.

De bewuste leerperiode duurt inmiddels weer ruim een jaar, na mijn opname.

  1. Ik heb mijn omgeving uitgelegd dat ik autistisch ben en wat het inhoudt (andere prikkelverwerking). Ik schrijf er blogs over, die goed worden gelezen. Voor mij is dat een manier om me erin te verdiepen en het te verwerken.
  2. Ik heb gemerkt dat sommige dingen lastig voor me zijn, zoals op onverwachte momenten ‘gezellig’ koffiedrinken. Ik wist al langer dat ik dat vond, nu weet ik waarom. Met mijn omgeving heb ik daar een weg in gevonden die voor ons allemaal goed is (iets langer van te voren aankondigen, niet boos zijn als ik nee zeg).
  3. Een eye-opener was de andere manier van opslag in de hersenen bij mensen met autisme, dat de informatie in mijn hoofd als losse blokken wordt opgeslagen in plaats van als gekoppelde blokken. Het was me vaak opgevallen dat ik als ik ergens mee bezig was, de rest compleet kon vergeten. Nu is me duidelijk waarom. Ik werk meer met lijstjes waarop staat waar ik mee bezig ben, zodat ik niets uit het oog verlies.
  4. Regelmatig heb ik last van een te vol hoofd, één van de kenmerken van autisme. Ik plan daarom meer rust in. Ik zeg soms dingen af waar ik liever heen wil. Helaas ben ik nog niet helemaal van het schuldgevoel af als ik dingen niet kan.
  5. Ik heb een crisissignaleringsplan. Hangt ook samen met punt vier. Ik neem op tijd rust (nou ja, soms te laat, maar in ieder geval neem ik rust).
  6. Ik probeer van mijn autisme mijn kracht te maken in plaats van mijn zwakte. Ik zette dat onbewust al tijden in, maar nu ook bewust.
  7. Mijn goede karakter eigenschappen zijn: doorzettingsvermogen, direct en creatief. Volgens mijn kinderen lief (oudste zoon) en dat ik zijn moeder ben (jongste) want anders was hij er ook niet geweest. Dat vind ik een groot compliment.
  8. Ik kan emoties van anderen vaak goed inschatten. Het ermee omgaan kost me wel veel energie. Ik word daar heel moe van.
  9. Ik kan geen maat houden, als ik ergens mee bezig ben, moet het af. Desnoods ten koste van mezelf. Daar probeer ik rekening mee te houden cq dat minder te doen door meer focus te zoeken.
  10. Eigenlijk vond ik dat er nog een punt tien bij hoorde, om het compleet te maken. Maar de negen bovenstaande punten zijn al heel wat. Dus ik ben er trots op dat ik het daar bij hem kunnen laten.